De zorgen over de negatieve ‘waterbedeffecten’ van herstructureringoperaties zijn grotendeels onterecht. Bovendien leidt wijkvernieuwing tot prima rapportcijfers van bewoners.
Dat blijkt uit een groot promotieonderzoek.
Eén van de meest gehoorde kritiekpunten op herstructurering is dat veel bewoners door sloop worden gedwongen om hun vertrouwde omgeving te verlaten. Uit enquêtes en interviews blijkt dat de herhuisvestingsurgenten zelf juist positief terugkijken op hun verhuizing. De meesten hebben zich niet beperkt gevoeld in hun woning- en buurtkeuze, ondanks het gedwongen karakter van de verhuizing. Dankzij hun urgentiestatus zetten de meeste urgenten bovendien een flinke stap vooruit in hun wooncarrière. Voor hun nieuwe woning geven zij gemiddeld een 7,6 als rapportcijfer tegenover een 6,1 voor de oude woning. Het rapportcijfer voor de buurt stijgt van 6,2 naar een 7,2.
In beleidsdiscussies wordt gesteld dat
herstructurering sociale problemen naar andere wijken zou verplaatsen, het zogenaamde ‘waterbedeffect’. Het onderzoek laat zien dat het relatief meevalt en dat de kans op
waterbedeffecten het grootst is in wijken met een onevenredig grote instroom van herhuisvestingsurgenten, grote sociaal-culturele verschillen tussen instromende en de zittende
bewoners en een weinig tolerante houding van de zittende bewoners.
Het onderzoek Bijwerkingen van herstructurering werd gehouden in Rotterdam, Den Haag, Groningen, Breda en Ede. De onderzoekers waren Hanneke Posthumus (Universiteit Utrecht), Reinout Kleinhans (TU Delft) en Gideon Bolt (Universiteit Utrecht).


