|
ZEGGENSCHAP
Het is van groot belang dat huurdersorganisaties een sterke positie hebben ten opzichte van de verhuurders. De vernieuwde Overlegwet is wat dat betreft een duidelijke verbetering. Deze wet, die 1 januari 2009 van kracht is geworden, past uitstekend bij de huidige tijd, waarin mensen meer invloed willen op de eigen leefsituatie. Zonder betrokkenheid van huurders zijn bovendien de ambities in het regeerakkoord om te investeren in stedelijke vernieuwing onmogelijk te realiseren. Daarbij gaat het om investeringen in de aanpak van wijken en energiebesparing. Inhoudsopgave
Laatste nieuws
|
|
Nieuw Overlegwet geeft huurders meer invloed
Belangrijke verbeteringen Een andere belangrijke verbetering is dat de bewonerscommissie wordt 'erkend' als belangenbehartiger van huurders op complexniveau. Ook de bewonerscommissie krijgt recht op informatie, overleg en advies bij onderwerpen die de buurt of het complex betreffen, zoals sloop, verkoop, onderhoud en servicekosten. Meer onderwerpen Een lange weg Klusvrijheid
Volgens het huurrecht dat in augustus 2003 is ingevoerd, staat het de huurder vrij om veranderingen in de woning aan te brengen die eenvoudig ongedaan gemaakt kunnen worden. Voor grotere ingrepen in de woning is toestemming nodig van de verhuurder. In principe mag die toestemming alleen maar worden geweigerd als de verandering ten koste gaat van de waarde of de verhuurbaarheid van de woning. De (vaak luxe) voorzieningen waarvoor de verhuurder (op het moment dat er een nieuwe huurder komt) niet het onderhoud en/of de vervanging voor zijn rekening wil nemen, bleken een knelpunt. Het is onder het nieuwe huurrecht voor de vertrekkende en opvolgende huurder namelijk onmogelijk om overnameovereenkomsten te sluiten voor onroerende voorzieningen. Als de verhuurder de verplichting van onderhoud en vervanging niet voor zijn rekening kan of wil nemen, leek het alleen maar mogelijk de betreffende voorziening te (laten) verwijderen. Dat had tot gevolg dat de verhuurder vaker dan voorheen verlangde dat een voorziening aan het eind van de huur werd verwijderd. Dat leidde tot de ongewenste situatie dat een huurder een goede voorziening moest wegbreken, waar de opvolgende huurder nog plezier van had kunnen hebben. Zonde van het geld en een onnodige belemmering voor huurders om een woning naar eigen behoefte te kunnen aanpassen. Aedes, de Woonbond en Vastgoed Belang hebben dat knelpunt inmiddels opgelost met het contract Onderhoud en vervanging niet-standaardvoorzieningen, dat als aanvulling op het huurcontract kan worden afgesloten. De verhuurder verklaart het onderhoud en de vervanging van de overgenomen ‘zav’ voor zijn rekening te nemen op basis van de standaarduitrusting van de woning. En de verhuurder legt op zijn beurt vast dat de kosten van eventuele overige reparatie- en onderhoudswerkzaamheden aan de overgenomen voorziening voor hem zijn. De ‘meer dan standaardvoorzieningen’ tellen niet mee in de puntentelling en hebben dus geen opwaartse invloed op de maximaal toegestane huurprijs. Ook is het uitgangspunt dat de huurder de overgenomen verandering aan het einde van de huur niet ongedaan hoeft te maken. Klik hier voor het voorbeeldcontract ‘Onderhoud en vervanging niet-standaardvoorzieningen’. Het maatschappelijk functioneren van woningcorporaties
Woningcorporaties beheren maatschappelijk vermogen. Geld van de huurders zou men kunnen stellen. Een voor de hand liggende vraag is dan wat de invloed van huurders is op de besteding van dat geld. En ook hoe die invloed zich verhoudt tot de invloed van andere groepen in de samenleving. Aedes, de vereniging van woningcorporaties, heeft zich de laatste jaren sterk gemaakt voor het standpunt dat de sector de eigen boontjes kan doppen. Het zou volstaan het interne toezicht in voldoende mate transparant te maken. De Woonbond vindt dat er grenzen aan het vrije ondernemerschap van corporatie moeten worden gesteld. Het liefst in de vorm van duidelijke randvoorwaarden. De Woonbond ziet ook geen aanleiding om de regelgeving zoals vastgelegd in het Besluit Beheer Sociale Huursector (BBSH) ingrijpend te wijzigen. En tenslotte het kabinet, dat overweegt de taakverbreding van corporaties bij de ontwikkeling en exploitatie van 'maatschappelijk vastgoed' in wijken wettelijk te verankeren. Om een vernieuwing van de relatie tussen overheid en corporaties tot stand te brengen waarin de maatschappelijke prestaties meer dan tot nu toe zeker worden gesteld en waarbij tevens ruimte is om als maatschappelijke onderneming te functioneren, moet er volgens het ministerie van WWI een eigentijdse governance-structuur komen. Dat zou gepaard moeten gaan met terugdringing van regelgeving, behoud van het 'hybride' karakter binnen de kaders van een gelijk speelveld en prestatietoezicht op behoud en inzet van het maatschappelijk gebonden vermogen. Afhankelijk van de mate waarin de sector 'zelfregulerend' optreedt, bijvoorbeeld via bindende gedragscodes, externe visitatie en benchmarking, kan er sprake zijn van vermindering van het externe toezicht, volgens de minister. Gelet op de eindverantwoordelijkheid van de minister zal die niettemin over voldoende instrumentarium moeten blijven beschikken om in te grijpen als de zelfregulering in de corporatiesector tekortschiet. Schaalvergroting Positie bij fusies
Op dit moment zijn er in Nederland ruim 450 woningcorporaties. Hun aantal daalt gestaag als gevolg van fusies. Bij het totstand komen van die fusies hebben huurdersorganisaties een belangrijke positie: via de corporatie geven zij de minister van VROM hun zienswijze. Bij het verlenen van toestemming voor een fusie neemt de minister het advies van (onder andere) de huurdersorganisatie in zijn afweging mee. De Woonbond vindt het dan ook belangrijk dat de huurdersorganisatie een gedegen advies geeft over een fusie. Meer informatie over fusies en het opstellen van een zienswijze treft u aan in de Woonbondbrochure 'Fusie van woningcorporaties', maar ook in katern 3 uit 'Het fusieboek' (Quintis, 2009), waaraan Woonbondadviseur Sylvo Gaastra heeft meegeschreven. |