|
CDA Vertrouwen in Nederland, vertrouwen in elkaar 44 zetels |
VVD Voor een samenleving met ambitie 27 zetels |
D66 Het gaat om mensen 6 zetels |
PvdA Samen sterker; werken aan een beter Nederland 42 zetels |
SP Een beter Nederland, voor hetzelfde geld 9 zetels |
GroenLinks Groei mee 8 zetels |
ChristenUnie Duurzaam voor elkaar 3 zetels |
| Huurbeleid en huurliberalisatie |
Huurbeleid mag verder worden verruimd, mits woningbouwproductie krachtig wordt gestimuleerd. Meeropbrengst moeten woningcorporaties investeren in de huurtoeslag. |
Huurprijs moet een percentage van de woz-waarde van de woning zijn. Alle prijzen moeten op internet komen, zodat huurders weten of ze te veel betalen. |
Huurliberalisatie biedt geen oplossing voor woningmarktproblemen. Voordat wordt geliberaliseerd, moet worden uitgezocht hoe de subsidies aan huur- en koopwoningen kunnen worden teruggebracht. |
Geen huurliberalisatie. Jaarlijkse huurstijgingen moeten beperkt blijven. Huursomstijging bij corporaties volgt loonstijging. Meer (nietgeliberaliseerde) huurwoningen voor middeninkomens. |
Huurliberalisatie moet worden teruggedraaid. Gemiddelde huurstijging volgt inflatie. |
Geen liberalisatie van de huren. |
Geen liberalisatie zolang het woningtekort niet is opgelost. Zoveel mogelijk in.atievolgende huurstijgingen. Er moet een onderzoek komen naar .scalisering van woonlasten. |
| Huurtoeslag |
Extra middelen voor huurtoeslag, vooral voor alleenstaanden, zowel van corporaties als van rijk. Toegroeien naar situatie dat niemand meer dan een vast percentage van zijn inkomen kwijt is aan (genormeerde) huur. Boven dat percentage ontvangt men huurtoeslag. |
|
Staatscommissie moet woonsubsidies (huurtoeslag en hypotheekrenteaftrek) onderzoeken. Niemand mag er op achteruitgaan. |
Bezuiniging op huurtoeslag wordt ongedaan gemaakt. Meer huurtoeslag voor ouderen. Er moet uiteindelijk een eigendomsneutraal woonsubsidiebeleid komen, die starters betere kansen op de woningmarkt geeft. |
Huurtoeslag moet veilig worden gesteld en toeslagregels moeten worden verruimd, met oog op evenwichtigere spreiding van bevolkingsgroepen. |
Onderscheid tussen zelfstandige en onzelfstandige woonruimte in huurtoeslag verdwijnt. Ook studenten, kamerbewoners en huurders in woongroepen krijgen recht op toeslag. |
Niet verder bezuinigen op huurtoeslag. |
| Hypotheekrenteaftrek en koopsector |
Hypotheekrenteaftrek onverkort handhaven. Meer mogelijkheden voor sociale koop en maatschappelijk gebonden eigendom. Fonds vormen om mogelijkheden voor starters te vergroten. |
Hypotheekrenteaftrek onverkort handhaven. |
Hypotheekrenteaftrek beperken tot 500.000 euro (voor nieuwe gevallen). Opbrengst gebruiken om eigen woningforfait en overdrachtsbelasting af te schaffen. |
Hypotheekrenteaftrek wordt beperkt tot 42% (nu 52%). Aan bestaande hypotheken verandert niets, ook niet bij oversluiting of verhuizing. Overdrachtsbelasting voor starters wordt geleidelijk afgeschaft. |
Hypotheekrenteaftrek wordt beperkt tot 42% over maximaal € 350.000. |
Hypotheekrenteaftrek wordt beperkt tot 30 cent op iedere betaalde euro hypotheekrente. Het eigenwoningforfait wordt vervangen door vermogensbelasting. |
Hypotheekrente wordt beperkt tot 42%, voor nieuwe hypotheken. Verlaging van eigenwoningforfait en overdrachtsbelasting voor starters. Invoering van onderhoudskostenaftrek voor eigenaar-bewoners. |
| Woningmarkt |
Corporaties moeten meer en gevarieerder bouwen. In steden meer bouwen voor jongeren, gezinnen en ouderen, in dorpen en kernen voor eigen bevolking. Er komen afdwingbare scherpe prestatieafspraken tussen woningcorporaties, investeerders, gemeenten en vrom. Betrokkenheid bewoners bij buurt vergroten door buurtbudgetten. |
Meer koopwoningen bouwen, vooral voor ouderen en starters. Doorstroming op de woningmarkt versnellen, bijvoorbeeld door huurders te laten kiezen tussen contracten met langere of kortere looptijd. Vermogen van corporaties wordt jaarlijks met 3,5 miljard afgeroomd. |
Woningbouwproductie moet omhoog. Projectontwikkelaars en corporaties stimuleren om diverser te bouwen. Aanbod meer richten op ouderen, gehandicapten, starters en studenten. Tegenstelling tussen stad en regio’s moet worden verkleind. Nieuwe Huisvestingswet moet bijdrage aan betere verdeling van de schaarse woonruimte. |
Bouw van 80.000 tot 100.000 woningen per jaar en minder sloop van goedkope huurwoningen. Woningcorporaties, gemeenten en bewoners werken samen aan aantrekkelijke buurten. Gemeenten en bewoners moeten meer grip krijgen op corporaties, o.a. door bindende prestatieafspraken. Corporaties met veel vermogen en weinig investeringsplannen krijgen een hef.ng. |
Woningcorporaties moeten hun omvangrijke reserves activeren voor woningbouw, ze moeten weer verenigingen van bewoners worden en een eind maken aan grootschalige verkoop. Gemeenten krijgen regie bij de volkshuisvesting en maken bindende afspraken met corporaties. Bewoners krijgen invloed bij bouwplannen. Er komt een verbod op (grond)speculatie en langdurige leegstand. |
Er worden ruim 400.000 nieuwe woningen gebouwd en 40.000 in leegstaande kantoren. Sloop wordt ontmoedigd en renovatie gestimuleerd. Alle woonwijken worden toegankelijk voor alle inkomensgroepen. De overheid dwingt gemengde woningbouw af bij corporaties en projectontwikkelaars. Grote gemeenten maken harde afspraken met corporaties over tegengaan van segregatie. |
De bouwproductie wordt stevig gestimuleerd, vastgelegd in prestatieafspraken. Prioriteit geven aan binnenstedelijk bouwen. De nieuwbouw meer toesnijden op behoefte van gezinnen en starters. Plattelandsgemeenten mogen bouwen voor eigen bevolking. Het leefklimaat in de steden verbeteren, desnoods door toewijzingsbeleid. De norm voor duurzaam bouwen wordt aangescherpt. |
| Stedelijke vernieuwing |
Corporaties moeten meer investeren in oude wijken. |
|
Minimaal 1 miljard per jaar voor herstructurering. Budget gerichter uitgeven dan nu met 56-wijken aanpak. Actievere rol corporaties afdwingen met Nationaal Convenant. Ook particuliere eigenaren moeten actievere bijdrage leveren. Wonen boven winkels stimuleren. |
Er komen buurtbudgetten voor de zwakste buurten in plaats van het ISV en GSB. Deze budgetten worden samen met bewoners besteed. Herstructurering meer richten op zittende bewoners en op (sport)voorzieningen. |
Meer investeren in verbetering buurten en wijken, door onderhoud en verbetering van woningen en openbare ruimte. Woningen alleen slopen bij slechte bouwtechnische staat of permanente leegstand. Meer investeren in wijk- en dorpsvoorzieningen. |
Er is meer geld nodig om oude wijken op te knappen. Gemeenten hebben regierol. Er moeten meer betaalbare en duurzame huur- en koopwoningen komen, ook voor jongeren, ouderen en lagere inkomens. |
Wonen in oude stadswijken moet aantrekkelijker worden, ook voor midden- en hogere inkomensgroepen. Herstructurering meer richten op zittende bewoners. Beter veiligheidsbeleid, o.a. door harde aanpak asociaal gedrag en leefbaarheidsmaatregelen. |
| Wonen en zorg |
Meer ruimte voor nieuwe combinaties van wonen en zorg. Corporaties hebben hierin belangrijke taak. Instellingen blijven nodig, maar moeten meer maatwerk bieden. Cliënten krijgen meer invloed. Persoonsgebonden budget en huurtoeslag maken zorg en huisvesting op maat mogelijk. |
Bij woningbouw meer rekening houden met wensen ouderen. Verpleeghuizen moeten meer variatie bieden. Dit vereist splitsing in financiering van wonen en zorg. |
Positie versterken van ouderen die zo lang mogelijk thuis willen wonen, door betere thuiszorg en domotica. Eerstelijnszorg integreren in wooncomplexen en meer levensbestendig bouwen. Wonen en zorg scheiden in awbz. |
Gemeenten krachtig ondersteunen om van regierol wmo succes te maken. Ook verpleging en verzorging vanuit awbz onder regie gemeenten brengen. Wijkservicecentra met eerstelijnsvoorzieningen stimuleren. |
Huidige verpleeg- en verzorgingshuizen vervangen door kleinschalige huizen. Ouderen hebben recht op zelfstandige woonruimte, met zorg en voorzieningen in elke wijk. Bij woningtoewijzing meer rekening houden met mantelzorg en respijtzorg. Gemeenten krijgen zorgplicht voor dak- en thuislozen. |
Zelfstandig wonen van ouderen en gehandicapten bevorderen, o.a. door persoonsgebonden budget voor zorg. Gemeente is verantwoordelijk voor ondersteuning en voorzieningen. Gemeenten organiseren hulp voor dak- en thuislozen en voor huishoudens met problematische schulden. |
Voldoende betaalbare senioren- en zorgwoningen bouwen. |