‘Het is tijd voor solidariteit’

Mustapha Eaisaouiyen opent met zijn kameraad Edwin Dobber uit de Tweebosbuurt het Woonprotest op 12 september 2021 in Amsterdam.

In dit gesprek met twee ‘oude rotten’ in het huurderswerk en twee wat jongere woonactivisten, gaan we dieper in op de wooncrisis en hoe die zich in hun gemeente manifesteert. Hoe kijken ze aan tegen verduurzaming en zeggenschap? Hoe willen zij de wooncrisis beteugelen? En op welke manier kunnen (georganiseerde) huurders en woningzoekenden daar zelf wat in betekenen?

Henk van Gameren, voorzitter Huurderskoepel Schagen en omstreken en Verenigingsraadslid van de Woonbond, en Liesbeth Westen, coördinator van de Huurdersfederatie Zuidoost Drenthe en mede-initiatiefnemer van het Drents Huurdersmanifest, vertegenwoordigen in dit gesprek de ‘oude rotten’ in het huurderswerk, hoewel dat niets met hun leeftijd te maken heeft, wel met hun jaren in het veld. Melissa Koutouzis, mede-initiatiefnemer van Fair City Amsterdam en medeorganisator van het Woonprotest (Amsterdam, 12 september) en Mustapha Eaisaouiyen, mede-initiatiefnemer van Recht op de Stad Rotterdam en de Woonopstand (Rotterdam, 17 oktober), vertegenwoordigen een nieuwe garde, al is Melissa al tien jaar bezig als woonactivist en deed Mustapha tien jaar aan ervaring op in 24 maanden. Alle vier hebben zij tal van andere petten en werkzaamheden, teveel om allemaal op te noemen. Er zit kortom een schat aan kennis en ervaring aan tafel.

In maart 2021 gaan we naar de stembus. Welke hete hangijzers zijn er in jullie gemeente?

‘Wonen staat bij zowel de politieke partijen als de kiezers heel hoog op de agenda, want of je nou links of rechts georiënteerd bent, iedereen wordt door de wooncrisis geraakt’, zegt Mustapha Eaisaouiyen. Recent is hij, na drieënhalf jaar strijd tegen zijn verhuurder Vestia en de gemeente, gedwongen verhuisd naar een wisselwoning. Ze gaan de 535 sociale woningen in zijn Tweebosbuurt in Rotterdam-Zuid slopen en vervangen voor dure huur en koop. ‘Topprioriteit voor Rotterdam is wat mij betreft dat het beleid van “Wijken in balans” vervangen wordt door “Wijken voor iedereen”. Nu krijgen wijken met veel sociale huur een stempel en dan beslist de gemeente met andere partijen van bovenaf wat er moet gebeuren. De bewoners van zo’n wijk mogen nergens over meepraten en worden vaak simpelweg hun wijk uit gejaagd. Maar wijkvernieuwing kan ook zónder sloop van sociale woningen en andere ingrijpende maatregelen in de persoonlijke levenssfeer van mensen.’

‘In Drenthe werken we als huurdersorganisaties al best goed samen’, vertelt Liesbeth Westen met enige trots. Getuige daarvan is Thuiskompas, een gezamenlijk woonruimteverdeelsysteem voor het corporatieaanbod in heel Drenthe. ‘We hebben een Drents Huurdersmanifest opgesteld om onze speerpunten onder de aandacht te brengen van de lokale politiek. Wij vragen onder andere aandacht voor betaalbaarheidsproblemen in relatie tot de verduurzamingsopgave. Huurwoningen worden ook in Drenthe te duur en er ontstaat grote druk op de (goedkopere) sociale huur, bijvoorbeeld door langer zelfstandig thuiswonen. Door de gezinsverdunning en de kostendelersnorm wonen er steeds minder mensen in een huis. Dan zie je een vorm van scheefwonen ontstaan, zoals alleenstaande ouderen in een grote woning met tuin.’ ‘Die empty nesters hebben wij ook hoor’, reageert Eaisaouiyen. ‘Het probleem is dat er geen intelligente doorstroomprogramma’s zijn. Vaak zijn er geen kleine woningen in de eigen buurt beschikbaar en als dat al wel zo is, moeten doorstromers fors meer gaan betalen.

‘In de Kop van Noord-Holland hebben we te maken met een sterk vergrijzende bevolking. Er wonen nauwelijks nog jonge gezinnen in de dorpen. De scholen en de voetbalvereniging en de vrijwillige brandweer hebben geen aanwas’, vertelt Henk van Gameren die al veertig jaar in die regio woont en sinds 2005 actief is in het huurderswerk. ‘Een evenwichtige balans tussen jong en oud is belangrijk. Er moeten meer huurwoningen voor jongeren worden gebouwd. Voor zulke dorpen zouden ook gezinnen van arbeidsmigranten die een wooncarrière willen maken in Nederland heel veel kunnen betekenen. Faciliteer dat zij zich er kunnen vestigen.’

‘De woningmarkt is de grootste ongelijkheidsmaker in Nederland’, zegt Melissa Koutouzis. ‘De kloof tussen bezitters en niet-bezitters wordt aangewakkerd door onze belastingregels. Zelfs het Internationaal Monetair Fonds en de Nederlandse Bank zeggen dat we (huizen)bezit meer moeten gaan belasten en arbeid minder. De groeiende ongelijkheid is een gevolg van politieke keuzes en die moeten we dus terugdraaien.’ Wat dat op lokaal niveau betekent? Van Gameren: ‘Ik vind dat we ontzettend trots mogen zijn op de integrale stadsontwikkeling uit ons verleden, zoals die van de Amsterdamse School. Hun visie dat wonen meer is dan goede huizen, en hoe je dat in een goede wijk vormgeeft met badhuizen, bibliotheken en kunst bijvoorbeeld. Nederland zou die traditie weer als schoolvoorbeeld moeten oppakken.’

Ook Koutouzis wil wel terug naar de ‘arbeiderspaleizen’: ‘De woningcorporaties zijn een deel van de oplossing. Maar dan moeten ze natuurlijk wel stoppen met huurwoningen verkopen of slopen. Wat mij zorgen baart is dat de meeste partijen, ook ter linkerzijde, vol inzetten op (huur)huizen voor de middeninkomens en zelfs bereid zijn om daarvoor sociale huur op te offeren. Ik vind dat we juist veel meer betaalbare huur moeten toevoegen. Dat is belangrijk voor het functioneren van een stad.’

Welk probleem is groter: beschikbaarheid of betaalbaarheid?

‘Betaalbaarheid is een groter probleem, maar begin met maatregelen op het gebied van beschikbaarheid want daar kunnen we snel iets in bereiken’, zegt Eaisaouiyen. ‘We kunnen vraag en aanbod op de bestaande woningvoorraad een stuk beter op elkaar afstemmen. Zoals door mensvriendelijke en intelligente doorstroom- of woningruilprogramma’s. Schaf de kostendelersnorm af. Pak leegstand hard aan. Wees streng voor projectontwikkelaars en stel meer voorwaarden bij de uitgifte van grond. Voer de opkoopbescherming meteen stadsbreed in, anders gaan beleggers van wijk naar wijk en gaat het ons niet helpen. Dit soort maatregelen kun je bijna allemaal lokaal en ook direct regelen.’

In Drenthe heeft 25 procent van de sociale huurders moeite om de huur te betalen, zo blijkt uit Drents woonlastenonderzoek en recent landelijk onderzoek van het Nibud. Westen: ‘Dit is niet alleen een opgave voor corporaties. Wij pleiten voor een integralere aanpak met een rol voor de gemeente. Denk aan een ruimhartige gemeentelijke kwijtscheldingsregeling. En inzet van de Voorzieningenwijzer die bewoners wijst op besparingsmogelijkheden en lokale voorzieningen en regelingen.’

Betaalbaarheid wordt ook in Noord-Holland het grootste thema, verwacht Van Gameren: ‘Zeker nu met die explosieve energienota’s. Ook door de hoge inflatie denk ik dat veel hurende huishoudens volgend jaar in de problemen gaan komen.’

Is de energietransitie een kans of bedreiging voor bewoners?

Het Transnational Institute, een internationaal onderzoeksinstituut waar Koutouzis voor werkt, heeft net een rapport uitgebracht over het falen van de marktwerking in de energiesector. Zolang marktwerking de norm blijft, zal de energietransitie mislukken. ‘De grote energiebedrijven hebben miljarden gekregen aan subsidie maar toch hebben we meer dan een half miljoen mensen in energiearmoede. Het zegt iets over de staat van dit land dat we dat gedogen’, vindt Koutouzis.

‘Ja, het gaat slecht met de energietransitie’, meent Van Gameren. ‘Huurders en huurdersorganisaties worden totaal niet betrokken bij de plannen. Op deze manier dreigt het een dictaat te worden. Naarmate de bouwkosten en de energiekosten stijgen, zal de keus voor sloop steeds dichterbij liggen. Maar dan krijg je de discussie in de wijk. Er zou pas gesloopt mogen worden, als er nieuwe woningen zijn gebouwd.’

Eaisaouiyen wil niet in termen van kans of bedreiging spreken: ‘Het moet gebeuren, de toekomst van onze kinderen hangt er vanaf. Het is in zoverre een kans dat je verduurzaming kan combineren met groot onderhoud en renovatie die toch moet gebeuren. Achterstallig onderhoud is een groot probleem in de grote steden.’

In Drenthe zijn de corporaties daarentegen al hard op weg om gemiddeld label C tot 2030 waar te maken. Westen vraagt zich wel af of het slim is om zoveel druk op de woningcorporaties te leggen om het voortouw te nemen: ‘Corporaties pionieren met nieuwe technieken die achteraf niet zo gunstig uitpakken als gedacht. Zoals Nul-op-de-meter. Deze opgave wordt betaald met geld van huurders, dus we moeten ons ook afvragen, wat is het beste voor hen? Een bedreiging vind ik ook dat verduurzaamde woningen veel duurder worden.’

Hoe staat het met zeggenschap van bewoners in je gemeente?

‘Wij zitten aan tafel bij de prestatieafspraken, praten mee in werkgroepen en over de Woonvisie. Maar de daadwerkelijke invloed laat te wensen over. Dat heeft ook te maken met verschillende kennisniveaus van bijvoorbeeld ambtenaren en huurders’, vertelt Westen. ‘Als huurdersorganisatie ben je altijd de onderliggende partij’, beaamt Van Gameren. ‘De ene gemeente doet het beter dan de andere.’

‘Tijdens de stadsvernieuwing in Rotterdam was er uitzonderlijk veel zeggenschap voor bewoners. Nu hebben bewoners bijna nul zeggenschap. Dat moet weer veranderen. Om echte invloed op gemeentelijke besluitvorming te kunnen hebben, moet er wel goede ondersteuning zijn voor bewoners, denk aan Stichting !Woon in Amsterdam. Je kan niet verwachten dat mensen zelf gaan uitzoeken in de Overlegwet wat hun rechten zijn’, vindt Eaisaouiyen.

Participatie lijkt ook in Drenthe min of meer doodgebloed. ‘In Emmen hadden we er een goede traditie in, maar die zijn we een beetje aan het kwijtraken’, zegt Westen. ‘We maakten wijk- en dorpsprogramma’s met bewoners, politie, de gemeente, zorgpartijen en vele anderen. Nu is daar geen tijd meer voor want in 2050 moeten we energieneutraal zijn. Gemeenten hebben moeite bewoners mee te nemen in die opgave. En ambtenaren denken dat participatie is dat mensen een geel briefje in de bus kunnen doen.’

Waarom is zeggenschap zo verslechterd?

Westen: ‘Ons socialistische gedachtegoed is kwijtgeraakt, alles in onze maatschappij moet commercieel. Marktpartijen krijgen enorme vrijheid, burgers hebben nauwelijks nog invloed op beleid. Wat blijft er dan nog over aan samenhang denk je? Armoede en vooral vereenzaming zijn de slechte uitkomsten.’ Eaisaouiyen: ‘De problemen zijn inderdaad zo groot dat we aan een paar knoppen moeten gaan draaien. Er moet een nieuwe kijk op de samenleving komen waarin zorg voor elkaar centraal staat. Onderlinge solidariteit moet weer de boventoon gaan voeren. Als we daar niet naartoe gaan werken, dan staan we met lege handen.’

Wat kunnen huurders en woningzoekenden doen om te bevorderen dat de wooncrisis echt wordt aangepakt?

‘Verenigen en mobiliseren’, zegt Eaisaouiyen resoluut. ‘Je hebt niet heel veel mensen nodig om het tij te keren. Met een paar activisten kun je mensen verenigen en mobiliseren en een goeie strategie uitstippelen. De meeste veranderingen komen toch echt van onderaf. Als we wachten tot de politiek wat voor ons gaat doen, wegen we een ons.’ ‘Ik vind dat een lastige’, reageert Westen. ‘Op het moment dat mensen veel zorgen hebben om alles draaiende te houden, dan hebben ze gewoon geen tijd voor zeggenschap of om mee te doen. Hun prioriteiten liggen elders.’

Koutouzis: ‘Ik woonde een tijd in Berlijn en heb daar veel geleerd van de sociale woonbeweging. Ik wilde ook in Amsterdam zo’n brede coalitie helpen organiseren, want als we als studenten en krakers en institutionele partijen en vakbonden alleen met onszelf bezig blijven, dan komen we niet verder. Inmiddels hebben we in zo’n brede coalitie van actiegroepen en maatschappelijke organisaties samen een woonmanifest opgesteld (woonmanifest.nl). Het bouwen aan zo’n coalitie kost veel tijd en energie. Denk aan bellen met mensen, langsgaan, enzovoort. We hebben meer mensen nodig die dat verbindende werk gaan doen. Dit is het begin van wat nog twintig jaar gaat duren, of de rest van je leven als je een einde aan dakloosheid wil.’

‘De “traditionele” huurdersverenigingen zijn nog niet aangehaakt bij deze beweging, althans niet in mijn regio’, reageert Van Gameren. ‘Ze zitten op eilandjes, hebben het druk met de betaalbaarheidsproblematiek in hun achterban. 30 Procent van de inwoners in onze regio zit onder de Nibud norm. Toch is de urgentie in onze regio kennelijk nog niet groot genoeg dat mensen de straat op gaan. In de grotere steden is die sociale onderklasse die in nood zit gewoon veel groter en misschien ook diverser qua samenstelling. Ik denk dan bijvoorbeeld aan opleidingsniveau.'

'Wonen is een grondrecht en dat moeten we blijven benoemen’, besluit Eaisaouiyen. ‘Recht op zeggenschap is onderdeel van het mensenrecht op huisvesting. We vragen geen gunst, we claimen onze rechten.’ ‘Het zijn interessante ontwikkelingen’, vindt Van Gameren. ‘Twaalf jaar geleden hoorde je niemand over wonen. Er werd zelfs een ministerie opgeofferd. Nu is er echt wel wat gaande. We hebben de lijn omhoog gevonden.’

Dit is een artikel in Huurpeil 4, 2021. Tekst: Agnes Verweij

Huurpeil

Abonnement Huurpeil

De Woonbond is er voor huurders en hun organisaties!

Word nu lid en profiteer van alle voordelen