‘Huisvesting is een mensenrecht, geen bijkomstigheid’

Esmé Wiegman
Esmé Wiegman

Esmé Wiegman startte dit jaar als directeur van Valente, sinds 1 januari 2020 de branchevereniging voor participatie, begeleiding en opvang. Valente is een fusie van Federatie Opvang die opkwam voor de belangen van instellingen voor maatschappelijke (vrouwen)opvang, en de RIBW Alliantie, een samenwerkingsverband van regionale instellingen voor beschermd wonen. Bij aantreden schrok Wiegman van de omvang van de daklozenproblematiek. ‘Het was erger dan ik dacht. In tien jaar tijd is het aantal daklozen verdubbeld naar bijna 40.000 mensen. Daar moeten we écht iets aan doen.’

U schrikt van het aantal daklozen. Wat gaat er mis?

‘Het is nu te moeilijk om aan een huis te komen. Wachtlijsten voor huurwoningen zijn lang en koopwoningen duur. Wie nu onverwacht werkloos raakt of in een echtscheiding belandt, heeft niet snel een nieuw thuis. Wat dat betreft klopt het beeld van de smoezelige, alcoholverslaafde dakloze die in een doos onder de brug slaapt al lang niet meer. Veel mensen raken door tegenslag zoals werkloosheid of scheiding in de problemen en kunnen daardoor de huur of hypotheek niet meer betalen. Maar denk ook aan mensen die vanwege mishandeling of een ander soort onveilige thuissituatie op straat komen. Ook zij hebben niet gelijk een nieuw thuis. Daar komt nog eens bij dat de toegang tot de zorg niet altijd eenvoudig is. Kwetsbare mensen die bijvoorbeeld psychische hulp nodig hebben, kunnen dat niet snel krijgen. Met als gevolg dat die mensen niet meer zelfstandig kunnen wonen. Het is schrijnend om te zien dat deze mensen vaak als overlastgever worden gezien en uit huis worden gezet, terwijl ze meer baat hebben bij gepaste zorg. Het is om deze redenen dat wij bij Valente een dakloze omschrijven als een persoon die een veilige thuissituatie ontbeert.’

U schetst een penibele situatie. Hoe lossen we die op?

‘Er moet allereerst flink worden gebouwd voor de onderkant van de samenleving. We moeten creatief zijn om de woningnood te bedwingen. Dus niet alleen inzetten op nieuwbouw, maar ook inzetten op tijdelijke woningen die de ergste nood opvangen. Tiny houses zijn daar een goed voorbeeld van. Daar komen  mensen bijvoorbeeld na een scheiding of huisuitzetting op verhaal en gaan van daaruit op zoek naar een nieuw huis.’
 

Houdt tijdelijk bouwen niet de woningnood in stand? Moeten we niet gelijk aan de slag met een permanente oplossing?

‘Tijdelijk bouwen moet inderdaad onderdeel zijn van de grotere oplossing, maar we moeten nu snel huizen realiseren en tijdelijk is nu voor maximaal vijftien jaar moet je bedenken. Dus eerst iets tijdelijks neerzetten en ondertussen verder bouwen, dan maak je een snelle stap vooruit. En dat kan je doen door creatief te kijken. Bijvoorbeeld naar gebouwen die leeg staan. De Crisis- en herstelwet biedt mogelijkheden voor gemeenten om snel te schakelen en bestemmingsplannen aan te passen. Inderdaad gebeurt dat nu op sommige plekken wel, maar dat is nog steeds onvoldoende. Er kan meer. En er moet ook meer. In de huidige situatie zijn we de vrijblijvendheid voorbij.’

Met meer woningen beschikbaar is het vraagstuk van de zorg nog niet opgelost. Wat moet daar gebeuren?

‘Gelukkig zien we vaak dat gemeenten en woningcorporaties elkaar weten te vinden. Maar corporaties vinden het ingewikkeld als kwetsbare bewoners begeleiding nodig hebben. Daarom zou het goed zijn als ook zorginstellingen meer bij het overleg tussen gemeenten en woningcorporaties worden betrokken. Als je dan goede afspraken met z’n drieën hebt, kan je dat goed met elkaar organiseren. Het zou ideaal zijn als een woningcorporatie en een zorgaanbieder samen afstemmen wat zij een kwetsbare bewoner met bijvoorbeeld een psychisch probleem kunnen bieden.’

‘We hebben gehamerd op prestatieafspraken tussen gemeenten, zorg en corporaties. Er loopt een project dat heet: Weer thuis. Dat is een samenwerking tussen Valente, Aedes, Leger des Heils, Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en GGZ Nederland, de branchevereniging van instellingen voor geestelijke gezondheidszorg. Dit project jaagt binnen de gemeente initiatieven aan in het verbeteren van de uitstroom uit de opvang, beschermd wonen en de ggz. Groot knelpunt is het gebrek aan woningen. Het gaat natuurlijk om het bieden van zorg, maar het begint bij een eigen thuis.

Valente vindt het fantastisch dat de ministeries van VWS en Binnenlandse Zaken met extra geld over de brug komen voor de aanpak van dak- en thuisloosheid, maar Sociale Zaken zal ook haar aandeel moeten leveren. Wat dat betreft, zijn de recente bevindingen van de Raad voor de Volksgezondheid en Samenleving heel interessant. De Raad zegt dat een veilige thuissituatie de basis is voor het oplossen van andere problemen zoals schulden. Het is eigenlijk gek dat je in Nederland eerst zwaar in de shit moet zitten, voordat je kan worden geholpen. Je kan pas aanspraak maken op hulp als er uitzetting dreigt. Dat moet echt anders.’

Woningcorporatiekoepel Aedes pleitte onlangs voor een centraal aanspreekpunt in de wijk. Een zorgverlener die contact houdt met kwetsbare mensen en als nodig hulp biedt. Is dat een passende oplossing?

‘Ja! Daarmee voorkom je onnodige uitzettingen van mensen in psychische nood. In de ideale wereld zet je geen mensen uit huis, maar pak je hun problemen aan. Wat dat betreft leven we in een bijzondere tijd. Een van de maatregelen van coronawetgeving is dat mensen nu tijdelijk niet uit huis mogen worden gezet en ook dat niemand op straat mag slapen. Dat is een van de mooie dingen uit de coronatijd om vast te houden. Het nieuwe normaal moet zijn dat we mensen niet uit huis zetten, maar echt werk gaan maken van hun problemen. Dat is niet alleen goed voor hen, maar ook financieel slimmer. Ik ben ervan overtuigd dat preventie goedkoper is. Het is duurder om iemand aan lager wal te laten raken, uit huis te zetten en pas daarna te proberen om zijn leven weer op de rit te krijgen.’

Dankzij corona kwam er dus extra geld voor opvang beschikbaar. Welke impact had dit op de organisaties die Valente vertegenwoordigt?

‘Corona heeft een enorme impact gehad. Er was de oproep om zoveel mogelijk thuis te blijven, maar wat doe je als je geen thuis hebt? De noodzaak ontstond ineens om veilige plekken te creëren voor mensen. We voerden veel overleg met het ministerie van VWS en de VNG over de vraag hoe dit te realiseren. Hoe krijgen we zo snel mogelijk zoveel opvang zodat er niemand ’s nachts op straat hoeft te zijn? En hoe zorg je er voor dat meerpersoonskamers veranderen in plaatsen waar mensen op veilige afstand slapen? Dat kregen we onder meer op orde met tijdelijke huisvesting in hotelkamers. De vraag blijft hoe dat in het nieuwe normaal er uit ziet. Het kan niet zo zijn dat mensen straks weer slapen in grootschalige slaapzalen. Daar moeten we echt vanaf.’

Is het niet gek dat we een pandemie nodig hebben om het mensenrecht op huisvesting te realiseren? Hadden we voor de coronatijd niet eenzelfde inzet van de overheid mogen verwachten? 

‘Vanuit Valente dringen we er bij de landelijke politiek op aan huisvesting als mensenrecht te zien. Het is geen kwestie van hoeveel geld we over hebben, maar wat nodig is om dit mensenrecht van een veilig thuis te garanderen. Zorg dat kwetsbare mensen daadwerkelijk onderdak krijgen. Uitgangspunt moet zijn wat zij nodig hebben en welke investeringen dat vraagt. Er moet simpelweg een structureel vervolg komen op de huidige impuls. Vanuit Valente kijken we daarom met belangstelling uit naar de komende parlementsverkiezingen. Zet de politiek huisvesting straks daadwerkelijk op de kaart? En staat het straks letterlijk in verkiezingsprogramma’s van de politieke partijen?’

U stelt dat de politiek het mensenrecht van een veilig thuis beter op de kaart moet zetten. Maar de overheid is geen investeerder. Hoe stuur je die marktpartijen aan?

‘Dat vraagt om creativiteit. Als politiek kun je bestemmingsplannen aanpassen en nieuwe woonvormen toestaan. Denk aan de mogelijkheid om een groot huis in kleinere wooneenheden op te delen. Maak woningdelen, ook van sociale huur, op grotere schaal mogelijk.

Als overheid moet je zowel sociale partners als particuliere investeerders in de arm nemen. Er staat veel vastgoed in dit land leeg en als je als overheid samen met de zorg een goed plan hebt dat ook een investeerder ziet zitten, kom je ver. Het is de uitdaging aan de politieke bestuurders in onze gemeenten om daar een weg in te zoeken.’ 

En wat kan de politiek nog meer doen?

‘Regelgeving vereenvoudigen. Het punt is dat als je hulp vraagt, je tegen zo veel regels aanloopt. Als je hoofd al vol problemen zit omdat je op straat leeft en niet eens weet waar je vanavond slaapt of waar je je eten vandaan haalt, wordt het heel moeilijk om uit te pluizen of je voor een bepaalde regeling of een toeslag in aanmerking komt. Dit lukt kwetsbare mensen niet. Regelgeving is te complex. Dat zie je ook bij het toeslagendebacle bij de Belastingdienst. Ik vind het goed dat een overheid aandacht heeft voor de aanpak van fraude, maar ga niet bij voorbaat uit van fraude. En pak ook eerst de grootschalige fraude aan voordat je je heel streng opstelt tegenover kwetsbare mensen die een kleine fout hebben gemaakt.’

U heeft het over de samenwerking tussen gemeenten, corporaties en zorg, maar wat kunnen wij als samenleving doen om het dak- en thuislozenprobleem aan te pakken?

‘Het gaat er om dat Nederlandse steden welkome wijken hebben. Daarbij is het belangrijk om dak- en thuislozen als mensen te zien. Er rust nu een enorm stigma op hen. Ik stoor mij ook aan het containerbegrip “verwarde personen”. Daar moeten we echt mee stoppen. Als samenleving maken we al een flinke stap vooruit als iedereen inziet dat er geen groot verschil is tussen mensen met en zonder een veilige thuissituatie.’

Wat heeft u persoonlijk gedaan om iets te betekenen voor dak- en thuislozen?

‘Sinds ik begin deze eeuw in Zwolle woon, heb ik altijd al wel mensen in huis gehad die even een bed nodig hadden. Dat is voor mij een grondhouding van gastvrijheid. We hebben thuis de ruimte om dit te doen, maar ook ruimte in ons hart. Ik wil graag iets betekenen voor mensen die iets nodig hebben. Dat past ook bij mijn christelijke levensovertuiging. Dat is niet een opgelegde nare verplichting maar echt mijn way of life. Daarnaast ben ik actief geweest bij de stichting Present die vrijwilligers inzet voor tijdelijke klussen. Zo heb ik al een aantal keren geholpen om een huis op te knappen waardoor een kwetsbaar gezin zonder sociaal netwerk weer verder kon. Dat werk versterkt ook contact tussen mensen. Zo ontmoette ik een vrouw die ik anders nooit zou hebben ontmoet. En zij had weer het gevoel gezien te worden. Dat geeft beide partijen een goed gevoel. Wat dat betreft geloof ik heel erg in bruggen slaan.’

Dit is een artikel in Huurpeil 3, 2020. Tekst: Olivier van Bekkum

Huurpeil

Abonnement Huurpeil

De Woonbond is er voor huurders en hun organisaties!

Word nu lid en profiteer van alle voordelen