Column: Vogelaar had gelijk

Jos van der Lans
Jos van der Lans

Precies tien jaar geleden was mij de eer toebedeeld om een van de drie voorzitters te zijn van de visitatiecommissie voor de wijkenaanpak in de zogenaamde Vogelaarwijken, toen de veertig slechtste achterstandswijken van Nederland. Het was overigens een behoorlijke toer om tot die veertig wijken te komen, want uit de eerste postcodesortering op basis van statistische gegevens waren vooral wijken tevoorschijn gekomen uit Rotterdam, gevolgd door wijken uit de drie andere grote steden. Gemeenten als Groningen, Zwolle, Eindhoven, Nijmegen en Maastricht vielen daarbij buiten de boot.

Dat was politiek moeilijk te verkopen omdat die uitkomst tot scheve ogen richting Randstad zou leiden. Daarom besloot men op het ministerie van VROM zodanig te rommelen met de postcodegrenzen dat er alsnog veertig wijken uit de bus zouden komen met een goede verdeling over het land. Vandaar dat er Vogelaarwijken waren met meer dan 100.000 inwoners (Rotterdam-Zuid, Den Haag Zuidwest, Amsterdam Zuidoost) en wijken waar tussen de vijf- en tienduizend mensen woonden, zoals Woensel-West in Eindhoven en Heechterp-Schieringen in Leeuwarden.

Niet verwonderlijk dat vervolgens een van de eerste conclusies van de visitatie was dat de wijkenaanpak een overzichtelijke schaal behoeft. Hoe groter het gebied, hoe meer professionals elkaar in de weg lopen, hoe minder bewoners erbij betrokken zijn en hoe moeilijker het is om te bepalen of de wijkenaanpak ook tot tastbare resultaten leidt. Het meest effectief was de wijkenaanpak opvallend genoeg in die wijken die aanvankelijk buiten de prijzen dreigden te vallen.

De commissie was in haar eindrapport in 2011 behoorlijk positief over de resultaten die in een kleine drie jaar waren gerealiseerd. Er was stevig geïnvesteerd in nieuwbouw, er werd goed samengewerkt door professionals van verschillende pluimage, bewoners deden vaak actief mee, er waren inspirerende initiatieven genomen. Kortom, de wijken zaten in de lift, de leefbaarheid ging vooruit, de bevolkingssamenstelling werd diverser en was een perspectief in de maak, zo voelden de betrokkenen het en de visitatiecommissie zag geen reden om daaraan te twijfelen.

Ondertussen was minister Van der Laan vervangen door minister Donner, en het ministerie van Volkshuisvesting opgeheven door het kabinet-Rutte I. Toen wij de resultaten van de visitatie aan de minister overhandigden, inclusief een pleidooi om de wijkenaanpak als een landingsbaan te gebruiken voor de decentralisatie van sociale wetgeving die het kabinet voornemens was, bleek hij niet bijster geïnteresseerd. Integendeel, de wijkenaanpak verdween in de politieke prullenbak. Sterker, tal van activiteiten die tot de kern van de wijkenaanpak behoorden (leefbaarheidsinitiatieven, sociaal beheer, samenwerken en aansluiten bij sociale hulpverlening) werden voor woningcorporaties tot verboden gebied verklaard. Minister Blok, die Donner opvolgde, maakte er in de context van de parlementaire enquêtecommissie een complete strafexpeditie van. De corporaties moesten terug in hun hok, de wijkenaanpak – een paar jaar daarvoor nog het politiek paradepaardje – werd zelfs door de PvdA de rug toegekeerd.

Ik moest eraan denken toen eind oktober vorig jaar het Rigo het rapport Veerkracht in het corporatiebezit uitbracht – een indringend verslag van een onderzoek naar leefbaarheid in corporatiewijken en de positie van kwetsbare bewoners. De conclusie werpt ons tien jaar terug in de tijd: in de gebieden met een hoge concentratie corporatiewoningen gaat de leefbaarheid achteruit, nemen de gezondheidsverschillen toe, groeit de overlast, verdwijnen de mensen met een middeninkomen en worden kwetsbare bewoners min of meer op een hoop gedreven. Alles wat de Vogelaarwijkenaanpak wilde bestrijden, dreigt nu opnieuw de kop op te steken. Met dank aan Rutte I tot en met III.

Het Rigo-onderzoek toont het gelijk van Vogelaar, van de filosofie achter de wijkenaanpak, van brede samenwerking en gemeenschappelijke inspanningen om achterstanden te bestrijden en mensen perspectief te bieden, en dus van de bevindingen van de visitatiecommissie in 2011. Maar het is natuurlijk een in- en intriest gelijk, want de teloorgang gaat wel ten koste van de levenskwaliteit van een aanzienlijke groep mensen die aan hun lot is overgelaten en die wel degelijk een perspectief geboden had kunnen worden. Je zou er de politiek voor moeten kunnen aanklagen, maar de kans dat dat gebeurt is helaas kleiner dan de kans dat er een standbeeld voor Ella Vogelaar wordt opgetrokken. En die is al zo goed als nul.

Jos van der Lans

cultuurpsycholoog en publicist

Dit is een artikel in Huurpeil 3, 2019

Huurpeil

Abonnement Huurpeil

De Woonbond is er voor huurders en hun organisaties!

Word nu lid en profiteer van alle voordelen