Huisjesmelkerij

Jos van der Lans
Jos van der Lans

Waarom je geen huisjesmelker hoeft te worden

 

Er trok een frons van onbegrip over het gezicht van onze toekomstige huurster toen wij haar vertelden wat de huurprijs was van het appartement van 35 m2 dat zij op het punt stond te gaan huren: 425 euro, all-in. Ze kon het niet geloven. ‘Maar dat is veel te weinig’, zei ze verbaasd. ‘Jullie kunnen veel meer vragen!’ Inderdaad, dat had zeker gekund, voor 700 tot 800 euro hadden we het leuke appartementje boven onze woning in Amsterdam ook makkelijk kunnen verhuren. ‘Maar waarom zouden we meedoen aan de gekte op de woningmarkt?’

Ik moest er aan denken bij het verschijnen van het boek van financieel journalist Hans de Geus Hoe ik toch huisjesmelker werd. Over woonarmoede en ongelijkheid. De auteur liet zich fotograferen voor de door hem als beleggingsobject gekochte woningen in Amsterdam-Zuidoost. Wie er woonden en wat zij aan huur betaalden dat kon hij niet precies vertellen.

De Geus heeft een geweldig boek geschreven. Genadeloos analyseert hij hoe krachten op de woningmarkt zo op elkaar inwerken dat de prijzen naar onbetaalbare hoogten worden gestuwd, met als gevolg dat de kapitaalkrachtigen steeds vermogender worden en de havenots, zijnde alle starters zonder rijke ouders, compleet het nakijken hebben. De minst-vermogenden zullen daardoor een steeds groter deel (nu al zo’n 45 procent) van hun zuur verdiende inkomens op een geflexibiliseerde arbeidsmarkt aan woonlasten kwijt zijn, wat De Geus definieert als woonarmoede. Daarmee is de woningmarkt de grote aanjager geworden van ongelijkheid. De kloof tussen duur hurende afhankelijken en makkelijk incasserende bezitters/beleggers wordt daardoor structureel steeds groter en in feite onoverbrugbaar.

Dat is ook precies de reden dat De Geus besloot om aan de goede kant terecht te komen. Hij had als zzp’er lang gesappeld, maar was niet rijk geworden, had vervolgens kinderen gekregen en was voldoende financieel onderlegd om te begrijpen dat je niet rijk wordt van hard werken, maar van vermogensgroei. Slim investeren in vastgoed verdient beter en sneller, wordt in Nederland nauwelijks belast en het opgebouwde vermogen is bovendien overerfbaar zodat ook het kroost aan de goede kant van de welvaartskloof kan plaatsnemen. Zo was hij toch maar huisjesmelker geworden.

Zijn boek roept een warme nostalgie op naar de tijd dat de overheid regels stelde, de huurprijzen bepaalde, gemeenten en corporaties bouwcontinenten toedeelde en de woonquote ruim onder de twintig procent bleef. Helaas, door te liberaliseren heeft deze overheid zichzelf buitenspel gezet. Sindsdien is de beer los en de gevolgen komen geheel voor rekening van de generatie starters zonder vermogen en zonder rijke ouders. In de analyse van De Geus doemt dit alles op als een catastrofale natuurwet, waar weinig tegen in te brengen valt, al zeker niet door hemzelf. If you can’t beat them join them.

Mij is dat een al te defaitistische vorm van zelfrechtvaardiging. De Geus zou zijn appartementen in Amsterdam-Zuidoost immers ook voor minder kunnen verhuren, gewoon volgens de normen van sociale huur. Zeker, dan houdt hij er minder aan over, maar het is nog altijd meer dan wat de bank aan rente biedt. Bovendien hoeft hij in dat geval zijn huizen niet voor de volle prijs in box 3 op te voeren. En hij zou zijn analyse kunnen verbinden aan een goed uitgewerkt pleidooi om inkomen uit vermogen net zozeer of nog hoger te belasten dan inkomen uit arbeid, wat het huisjesmelken een stuk minder aantrekkelijk maakt. Dan wel het erfrecht zodanig aan te passen dat het een investeringsvehikel kan worden in het realiseren van sociale huisvesting. En hij zou zijn geld kunnen beleggen in maatschappelijk vastgoed. Het kan allemaal. Helaas strekt zijn analytische creativiteit zich niet uit tot het uitvoerig bespreken van maatregelen die de woonarmoede en de groeiende ongelijkheid een halt toe moeten roepen. Een euvel dat economisch onderlegden en financieel experts wel vaker valt aan te rekenen.

Maar bij De Geus ontkom je toch niet aan de indruk dat er meer speelt. Echte oplossingen staan namelijk op gespannen voet met zijn private verdienmodel als huisjesmelker en zijn drive om de toekomst van zijn kinderen van een stevig fundament te voorzien. Hij wil op de keeper beschouwd geen dief zijn van zijn eigen portemonnee. En velen met hem. En uiteindelijk is dat natuurlijk het grootste obstakel voor een rechtvaardige woningmarkt.

Jos van der Lans

cultuurpsycholoog en publicist

Dit is een artikel in Huurpeil 3, 2021

Huurpeil

Abonnement Huurpeil

De Woonbond is er voor huurders en hun organisaties!

Word nu lid en profiteer van alle voordelen