Institutionele discriminatie op de woningmarkt

Mevrouw Pelger, geboren en getogen in de Tweebosbuurt, weigert te vertrekken vanwege de herstructurering (foto eind 2018).

Individuele discriminatie komt het meest voor op de particuliere verhuurmarkt, zo blijkt uit meerdere undercover onderzoeken. Maar institutionele discriminatie en racisme zijn ook herkenbaar in de sociale huursector, in (gemeentelijk) woonbeleid en de ruimtelijke ordening. We praten erover met kunstenaar Quinsy Gario, socioloog Ibtissam Abaâziz en beleidsmedewerker Anneke van der Vlist.

Wie ergens gaat wonen, is natuurlijk benieuwd naar zijn of haar nieuwe buurt. Hoe leefbaar een buurt is, is te ontdekken in de Leefbaarometer, een applicatie van het ministerie van BZK. Op basis van gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), geeft de Leefbaarometer aan of een buurt prettig (groen) of onprettig (rood) is om te wonen. Op het eerste gezicht een onschuldige datatoepassing, maar hoe wordt de leefbaarheid van een wijk eigenlijk bepaald? En hoe neutraal is deze indeling, vroeg Waag zich af, een kunstinstelling die de sociale en culturele impact van nieuwe technologieën onderzoekt.

‘In de Leefbaarometer worden allerlei gegevens meegenomen om de leefbaarheid van een wijk te bepalen, waaronder nationaliteit en immigratieachtergrond. Alle nationaliteiten anders dan de Nederlandse, hebben volgens het systeem een negatieve invloed op de leefbaarheid’, zegt Gerwin van Schie, onderzoeker aan de Universiteit van Utrecht, in een artikel over gekleurde technologie op waag.org (9-8-2020). ‘Op die manier impliceert het systeem dat de aanwezigheid van mensen met een migratieachtergrond de leefbaarheid van een wijk vermindert. Dat kan een individuele mening zijn, maar het is vreemd om dat als overheid als feitelijk te presenteren.’ Het is een voorbeeld van institutioneel racisme wat Van Schie betreft.

Gentrificatie

Quinsy Gario, de Curaçao's-Nederlandse kunstenaar die in 2011 begon met Zwarte Piet is racisme, wijst op een ander voorbeeld van institutioneel racisme: gentrificatie. 'Ik heb een tijdje in Heesterveld gewoond, een kunstenaarsenclave in Amsterdam-Zuidoost. Het was fijn om met toffe mensen samen te wonen en leuke dingen te doen. Maar gaandeweg kwam ik erachter dat we een uithangbord waren voor het beleid van de stad: gentrificatie van Amsterdam-Zuidoost. Het begint ermee dat ze “iets gaan doen” aan een buurt waar jarenlang weinig in geïnvesteerd is en waar neerbuigend naar wordt gekeken. Het leegkomende vastgoed vullen ze dan in met studenten en kunstenaars: de oorspronkelijke bewoners worden verdreven. De vernieuwing van de buurt is niet voor hen bedoeld. Dat kun je scharen onder discriminatie. Het is geen “in your face” racisme en we hebben het nauwelijks door. Maar door projecten te oormerken worden bepaalde groepen buitengesloten. Als het bijvoorbeeld gaat over huisvesting voor studenten in zo'n gentrificatiewijk, dan bedoelt men HBO en universitaire studenten, niet de MBO'ers.'

Gario werd in Heesterveld thuis opgezocht door Tom Staal van internetplatform Geenstijl die in een Zwarte Pietenpak zijn appartementencomplex binnendrong, zich in het trappenhuis ophield en de beelden van Gario’s woonplek online plaatste. 'Dat was duidelijk tegen de wet, maar de politie kon niks voor me betekenen', vertelt hij. Gario heeft nogal wat te stellen gehad met haatzaaiende media en bedreigingen, zeker in de jaren dat hij zich over Zwarte Piet is racisme uitliet in de media. In 2014 deed hij aangifte van 770 gevallen van discriminatie en racisme. Uiteindelijk werden er vier jaar later drie mensen veroordeeld.

'Ik vind een fascinerend fenomeen van al die onderzoeken naar discriminerende makelaars dat zij toch worden beschermd', zegt Gario. 'De onderzoeken in Amsterdam en Utrecht werden door overheden aangestuurd. De overheid behoort strafbare feiten aan te pakken. En discriminatie ís strafbaar. Er worden mensen daadwerkelijk door geschaad want het betekent in dit geval dat iemand gewoon geen woonruimte krijgt. We zouden het slachtoffer centraal moeten stellen, in plaats van de daders die nu toch ongestraft blijven. De meldingsbereidheid van mensen die gediscrimineerd worden, is gekoppeld aan het feit dat slachtoffers nooit worden hersteld en daders niet worden gepakt. Daarnaast speelt mee dat als je teveel naar buiten treedt, je als een “moeilijk persoon” wordt neergezet. Dat kan je mogelijkheden beperken, bijvoorbeeld omdat verhuurders je niet willen. Mensen zijn daar huiverig voor.'

Geracialiseerd inkomen

Terug naar gentrificatie. In de gesprekken daarover wordt het element van ras en racisme zelden meegenomen. 'Maar eigenlijk kunnen we er niet omheen', vindt Gario. 'Er is hier sprake van een “in elkaar grijpend systeem”. We hebben een onderwijsbeleid waardoor bepaalde groepen oververtegenwoordigd zijn in bepaalde banen, die laagbetaald zijn, waardoor deze mensen nooit in aanmerking komen voor een hypotheek. Ze moeten huren en vervolgens krijgen ze te maken met wetgeving als de Rotterdamwet waardoor ze zich niet mogen vestigen in bepaalde wijken als hun inkomen te laag is. Op een geheel democratische manier worden zo bepaalde sociaal-economische klassen uit wijken geweerd omdat ze niet de “gewenste” eigenschappen zouden hebben. Terwijl er vrijheid van vestiging zou moeten zijn. Inkomen is wel degelijk geracialiseerd in Nederland. Daarom is beleid dat zogenaamd neutraal is omdat het “alleen om inkomen gaat” toch het voortbouwen op die ongelijkheid en disbalans. Uitsluiting op klasse en ras komen heel vaak samen.'

Ook Ibtissam Abaâziz van Stichting Meld Islamofobie ziet dit gebeuren: er wordt beleidstechnisch onderscheid gemaakt op sociaal-economische klasse (we pakken de wijk aan om ruimte te bieden voor een 'krachtigere' middenklasse), maar in de praktijk worden bovenproportioneel mensen met een migratie-achtergrond geraakt. 'Al denk ik dat veel mensen die het overkomt het in eerste instantie niet doorhebben', zegt Abaâziz, die als socioloog promotieonderzoek doet aan de Erasmus Universiteit. 'Ze gaan mee in het verhaal dat een buurt moet verbeteren en ze denken dat ze een betere woning zullen krijgen. Maar dat “gevarieerde bouwen” betekent in de praktijk dat de sociale huur verdwijnt en dat er dure huur en koop voor in de plaats komt die onbetaalbaar is voor de huidige bewoners. Het is discriminatie op klasse, maar daardoor worden mensen van kleur dubbel geraakt. Vooral in de grote steden zijn het mensen van kleur die in dat soort wijken wonen. Ze zijn een doelwit van discriminatie vanwege hun afkomst, maar ook vanwege hun klasse.'

'Mensen hebben een bepaald beeld van wat racisme en discriminatie is', zegt Abaâziz. 'Bijvoorbeeld als het gaat om de arbeidsmarkt of etnisch profileren door de politie of de Belastingdienst, het gaat om een discotheek niet in mogen of kinderen die een te laag advies krijgen naar aanleiding van hun Cito-toets. Maar als het gaat om de woningmarkt, wordt discriminatie nog niet zo herkend. Tenzij het om directe incidenten gaat zoals met de verhuurmakelaars. Maar neem nu het feit dat bepaalde buurten heel erg achteruit gaan. Dan gaat het in de media al gauw om “integratieproblemen” van de bewoners. Maar vaker is er juist sprake van verwaarlozing door de gemeente en verhuurders.'

Achteruitgang van een krachtwijk

Zij geeft een voorbeeld uit haar eigen stad Den Haag: 'Transvaal was een van de krachtwijken uit de Vogelaartijd. Er staan veel sociale huurwoningen al zijn er ook heel veel gesloopt.

Door een gemeentelijke beleidswijziging worden steeds meer oude koopwoningen verkamerd. Het leidt tot een forse overbevolking en de voorzieningen in de wijk kunnen dat niet aan. Het gaat voornamelijk om arbeidsmigranten. Die woonden er altijd al sinds de jaren negentig, maar nu niet meer met vier, maar met tien mensen in de vaak kleine woningen. Die overbewoning is een probleem, niet de arbeidsmigranten zelf, want ook voor hen zijn de woonomstandigheden enorm beroerd geworden. Dat zie je terug in de wijk. Het is er heel druk, er is vuilproblematiek. Transvaal barst uit zijn voegen. Toen mensen uit de buurt hierover aan de bel trokken bij de gemeente, werd dat jaren genegeerd. Nu de verkamering ook in rijkere (witte) buurten toeneemt, gaan ze er wél iets aan doen.'

Abaâziz deed vorig jaar voor Stichting Meld Islamofobie een verkennend onderzoek naar alledaagse islamofobie in Nederland, gericht op de ervaringen die Nederlandse moslims hebben met moslimdiscriminatie en -haat gedurende de afgelopen vijf jaar. De meerderheid van de 365 respondenten gaf aan dat moslims meer worden gediscrimineerd dan vijf jaar geleden. En de meesten van hen voelen zich hierdoor minder veilig en maken zich zorgen over hun toekomst in Nederland als moslim. Wat betreft de woningmarkt verwees ze in het rapport naar de mystery call onderzoeken en naar de discriminerende woningcorporatie uit Heerlen (zie pag 20-23), niet naar eigen meldingen bij Stichting Meld Islamofobie. 'Normalisering van islamofobie is een van de redenen die ervoor zorgen dat de meldingsbereidheid onder Nederlandse moslims laag is', verklaart Abaâziz. De overgrote meerderheid van haar respondenten die (meermaals) te maken had met discriminatie (84 procent) deed hier inderdaad geen melding van. Daar gaven ze uiteenlopende redenen voor, maar de voornaamste was dat melden geen zin heeft, omdat er toch niets mee wordt gedaan. Daarna vonden ze een voorval niet belangrijk genoeg om te melden, of dachten ze dat er te weinig bewijs was om er iets mee te doen.

Discriminatie vanwege handicap

Een groep die wél vaak melding doet wanneer zij discriminatie ervaren, zijn mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking of chronische ziekte. Ieder(in), hun belangenorganisatie, krijgt regelmatig klachten over discriminatie binnen en het College voor de Rechten van de Mens heeft meerdere oordelen uitgesproken over discriminatie van mensen met een handicap. Zoals over een man met autisme. Hij stond al tien jaar ingeschreven als woningzoekende toen de woningstichting haar inschrijvingsbeleid veranderde. Voortaan moest je zelf actie ondernemen om je inschrijving te verlengen. Dat hadden ze via de lokale krant en media gepubliceerd, maar niet via een persoonlijke brief. Maar deze man met autisme leest geen media omdat hij overgevoelig is voor prikkels. Daardoor was hij zijn inschrijftijd kwijt. Het College voor de Rechten van de Mens oordeelde dat de woningstichting discrimineerde. Ze hadden geen rekening gehouden met mensen die geen media consumeren, bijvoorbeeld vanwege autisme.

'De kansen op een woning zijn voor mensen met een beperking of chronische ziekte minder groot dan voor andere burgers en dat is discriminatie', zegt Anneke van der Vlist, beleidsmedewerker wonen bij Ieder(in). 'Ieders recht om te wonen moet gelijk zijn in de samenleving. Dat zegt de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte.' Maar de praktijk is een stuk weerbarstiger. Veel meldingen bij Ieder(in) gaan over woningaanpassingen die mensen maar niet voor elkaar krijgen omdat verhuurder of gemeente via de WMO niet meewerken. Maar ook over woningtoewijzing en de toegankelijkheid van informatie. 'Het is voor mensen vaak onduidelijk of een woning voor hen toegankelijk is. Is bijvoorbeeld ook de badkamer geschikt voor een rolstoel? Zulke informatie hebben woningcorporaties meestal niet op orde.'

Vanwege de wooncrisis is de beschikbaarheid van woningen voor mensen met een beperking nog slechter geworden. 'Wij horen steeds vaker dat mensen dan maar in een seniorencomplex worden gehuisvest. Maar dat is een tamelijk ongelukkige optie voor bijvoorbeeld een jongere met een beperking of ouders met kinderen. Gemeenten hebben kennelijk niets anders in de aanbieding.'

De meerderheid van de achterban van Ieder(in), waaronder relatief veel alleenstaanden, is huurder bij een woningcorporatie. 'Onze achterban heeft er veel last van dat de maatschappelijke rol van woningcorporaties niet meer uit de verf komt', vertelt Van der Vlist. 'Zo’n tien, vijftien jaar geleden investeerden de corporaties in speciale woonvormen, bijvoorbeeld voor jongeren met een beperking. Ouders namen het initiatief en konden dan samen met een woningcorporatie en door zorg in te kopen via het PGB iets regelen. Er komen nog steeds wel initiatieven van de grond, maar het gaat een stuk moeizamer dan voorheen.'

Bouwregels discrimineren

Ongelijke kansen en rechten voor mensen met een beperking of ziekte komen wel degelijk voor. Pesterijen van omwonenden en geweigerd worden als huurder ook. Maar de discriminatie zit dieper en is structureler. Het zit hem bijvoorbeeld in de woningen zelf. 'Het gaat ook over (brand)veiligheid', zegt Van der Vlist. 'Vluchtmogelijkheden zijn afgestemd op mensen die goed ter been zijn. De lift wordt buiten gebruik gesteld bij brand. Iemand in een rolstoel kan dan niet weg.' Ieder(in) pleit voor verdere verbetering van de bouwregelgeving. ‘Daar zitten wel toegankelijkheidseisen in, maar die zijn niet voldoende. Er wordt nog steeds nieuwbouw opgeleverd die niet toegankelijk is. Dat betekent voor mensen met een beperking niet alleen dat zij er zelf niet kunnen wonen, maar ook dat ze niet op bezoek kunnen bij anderen.'

Wat Van der Vlist betreft, hebben we in Nederland te maken met institutionele discriminatie van mensen met een beperking of chronische aandoening. 'Zij staan op achterstand en de overheid boekt nauwelijks vooruitgang om die achterstand in te halen. Dat is wat ons betreft strijdig met het VN Verdrag Handicap.' Dit internationale verdrag verplicht overheden om ervoor te zorgen dat de mensenrechten van mensen met een beperking of chronische aandoening worden nageleefd op het gebied van onderwijs, wonen, werk, inkomen, zorg, vervoer en vrijetijdsbesteding.

Rol huurdersorganisaties

Wat kunnen georganiseerde huurders doen om discriminatie tegen te gaan? Zowel Van der Vlist, Abaâziz als Gario hebben daar tal van ideeën voor. 'Huurdersorganisaties kunnen bijdragen aan het maken van concrete, kwalitatieve én kwantitatieve prestatieafspraken over huisvesting voor mensen met een beperking of een chronische aandoening', zegt Van der Vlist. 'Tot nu toe zien we veel goede intenties, maar we hebben concrete afspraken nodig over woningen én de woonomgeving, want die moet ook toegankelijk zijn. En vergeet de jongeren met een beperking niet. De focus ligt tot nu toe erg op de vergrijzing en complexen voor ouderen. Huurders kunnen bijvoorbeeld ook aan hun corporatie vragen om welwillend om te gaan met burgerinitiatieven voor bijzondere woonvormen.'

Ook Abaâziz heeft een boodschap voor huurders- en bewonersorganisaties: 'We leven in een tijd waarin alles in een stroomversnelling komt. De afgelopen 10 à 15 jaar is arbeid geprecariseerd, nu zie je datzelfde proces van flexiblisering op de woningmarkt plaatsvinden. Qua werk en ook qua woning hebben mensen geen zekerheid meer. De dakloosheid groeit: betaalbaarheidsproblemen waren er al en vanwege corona gaat de grote klap nog komen. We zien gezinnen op straat, mensen die een baan hebben, maar geen dak boven hun hoofd. De onvrede groeit, bij links én rechts.  Radicaal is geen radicaal meer, maar de norm geworden. De tijd om te polderen is nu echt voorbij. Weet wat er speelt in de wijk en laat je voeden door wat van onderop komt. Stel je open voor grassroots organisaties die radicale standpunten innemen. En als je mensen in de wijk zelf niet kunt bereiken, is het wellicht tijd om plaats te maken voor een nieuwe generatie.'

Gario zegt iets soortgelijks: 'In gemeenschappen komen bewoners al samen rondom bepaalde thema's. Sommige mensen zijn alleenstaande ouders, of ze hebben twee of drie banen. Die komen niet vergaderen, maar gaan wel naar een barbecue of een feestje in het park. Dus onderzoek hoe je kunt aansluiten bij bepaalde gemeenschappen. En maak dan de vertaalslag. Hoe neem je die gemeenschap mee in de onderhandelingspositie die je hebt als huurdersorganisatie? Dat is echt nodig want er spelen tegenwoordig veel meer en complexere issues dan voorheen.'

Dit is een artikel in Huurpeil 3, 2020. Tekst: Agnes Verweij

Huurpeil

Abonnement Huurpeil

De Woonbond is er voor huurders en hun organisaties!

Word nu lid en profiteer van alle voordelen