Sociale huurders en huizenbezit

Jos van der Lans
Jos van der Lans

Het bericht dat NRC eind januari in de krant zette, was wel van het soort dat je even met de ogen deed knipperen. Uit onderzoek bij het kadaster was gebleken dat meer dan duizend huurders van corporatiewoningen samen ruim 3300 woningen bezitten. De kroon spant een huurder in de gemeente Súdwest-Fryslân die maar liefst 59 huizen in bezit heeft. Wie dat is, is onbekend. Privacywetgeving verbiedt dat gegevens te herleiden zijn tot namen en rugnummers van burgers. De enige reactie van een desondanks achterhaalde ‘schreefeigenaar’ was er een van verbazing. De man was zich van geen kwaad bewust: ‘Ik betaal toch altijd mijn huur.’

Treffender is het verschil tussen corporatiehuurders en beleidsdenkers eigenlijk niet uit te drukken. Voor corporatiemensen zijn sociale huurwoningen er voor groepen met een krappe beurs. In de werkelijkheid van gewone mensen is het verwerven van een sociale huurwoning een lot uit een jarenlange loterij. Dus waarom nog verhuizen als het inkomen toeneemt? Waar naar toe dan?

Er zijn in Nederland door corporaties geen 2,5 miljoen woningen gebouwd louter voor armlastigen, zoveel zijn er simpelweg nooit geweest. Ze zijn gebouwd als een collectieve voorziening van goede en betaalbare woningen voor een zo groot mogelijke groep van de bevolking. Dat is een groot succes geworden. En dan moet je niet vreemd opkijken dat het grootste deel van deze bewoners, ik schat meer dan anderhalf miljoen, hun huis niet ziet als een gesubsidieerd geschenk van de staat waar ze afstand van zouden moeten doen als hun inkomens oplopen om plaats te maken voor een armer iemand op de wachtlijst. Ze menen dat ze er recht op hebben. En geef ze eens ongelijk.  

Een heel klein percentage van hen, 0,04 procent, heeft nu meer dan één woning aangeschaft. Vermoedelijk mensen die hun huurwoning verworven hebben ruim voor de tijd dat er strikte inkomenseisen werden gesteld. Hun levens hebben niet stil gestaan. Ze zijn bijvoorbeeld gaan ondernemen, hebben vermogen verworven en hun geld in de aanschaf van een tweede en derde woning belegd. Dat is heel verstandig, want via rendement op vermogen wordt je sneller rijker dan via het incasseren van loon. Met dank aan de Nederlandse belastingwetgeving die zich extreem coulant opstelt tegenover de vermogenden onder zijn onderdanen. Die betalen nauwelijks belasting. Daardoor kan je in ons land een rijk mens zijn met een beperkt inkomen.

Zo bezien zijn er eigenlijk verrassend weinig huurders die hun geld in woningen hebben belegd. Eigenlijk zijn de meeste sociale huurders veel te braaf en grijpen ze niet de kansen die een heel kleine groep collega-huurders wel hebben gegrepen. Het merendeel omdat ze simpelweg het geld niet hebben, maar een fors deel omdat ze hun geld hebben geïnvesteerd in andere zaken: beleggingen, spaarrekeningen, aandelen of uitgeleend aan hun kinderen. Als we de duizend hurende huizenbezitters straks gaan opjagen door hun vermogen mee te laten tellen in de inkomenstoets, krijgt ook deze groep de rekening gepresenteerd. Hoe redelijk is dat? Moet je per se arm blijven als je – na jarenlang wachten – een corporatiewoning hebt verworven?

Dat lijkt me een onhoudbare stelling. En ja, als je inkomen te groot is moet je meer huur voor je corporatiewoning betalen. En ja, we moeten inkomsten uit vermogen veel scherper gaan belasten. Maar hou op met die veronderstelling dat corporatiehuurders arm moeten blijven, ga weg van het idee dat een corporatiewoning een gunst is. Dat heeft simpelweg niets met de realiteit en de geschiedenis van de volkshuisvesting te maken. Zie het als een recht, een verworvenheid. En laten we die paar echte huisjesmelkers onder de huurders gewoon traceren, want wat het NRC kan voor heel Nederland, kan de corporatie in Súdwest-Fryslân ook bij het kadaster ophalen voor de eigen gemeente. Hoe moeilijk zal het zijn om die huurder met 59 woningen te traceren en uit te nodigen voor een goed gesprek. Waarbij de plaatselijke pers wordt uitgenodigd.    

 

Jos van der Lans

cultuurpsycholoog en publicist

Dit is een artikel in Huurpeil 1, 202

Huurpeil

Abonnement Huurpeil

De Woonbond is er voor huurders en hun organisaties!

Word nu lid en profiteer van alle voordelen