Tijdelijke huur leidt tot uitgesteld leven

Huurders krijgen sinds de Wet doorstroming huurmarkt steeds vaker een tijdelijk huurcontract. Deze trend stuwt de huurprijzen omhoog en brengt huurders veel onzekerheid. De Tweede Kamer houdt binnenkort een rondetafelgesprek.

‘Ik moet voor de achtste keer in acht jaar een woning verlaten. Ik begin de hoop te verliezen’, zegt Raoul Sarfaty (31). Hij plaatste deze zomer een noodkreet op LinkedIn. Veertig dagen voordat zijn tijdelijke huurcontract afliep, kreeg hij te horen dat het contract niet wordt verlengd. De reden laat zich raden. Raoul kaartte zijn te hoge huur van € 950,- aan bij de Huurcommissie. Daarop verlaagde de verhuurder de huur, maar naar een vast contract kan hij nu fluiten. Het drijft Raoul tot wanhoop: ‘Mijn huur heb ik altijd netjes betaald. De huurovereenkomsten van buren gingen gewoon over naar onbepaalde tijd. Maar mij pikken ze er tussenuit. Ik krijg het gevoel dat er geen plek voor mij is om te leven en iets op te bouwen. En er komen gedachten bij me op die geen mens wil hebben.’

Raouls negatieve ervaringen met tijdelijke huurcontracten staan beslist niet op zichzelf. De positie van huurders wordt steeds onzekerder sinds de Wet doorstroming huurmarkt 2015 het verhuurders mogelijk maakt om tijdelijke contracten aan te bieden die zij zonder opgaaf van reden kunnen beëindigen. Met de toename van het aantal tijdelijke contracten zwelt ook de kritiek aan. Afschaffen, adviseren diverse experts. Op 13 september hoort de Tweede Kamer verschillende betrokkenen over de problemen tijdens een rondetafelgesprek. De Kamer wil zich laten informeren over de gevolgen voor de huurprijzen, de rechtszekerheid van huurders en de leefbaarheid van buurten. Ook willen Kamerleden weten op welke manier de wet aangepast kan worden om de negatieve gevolgen voor huurders te beperken.

Piekeren

Socioloog Carla Huisman, die in 2020 op het onderwerp promoveerde, zal de Kamerleden in het rondetafelgesprek wijzen op de gevolgen van tijdelijke huurcontracten: ‘Het heeft een negatief effect op de bestaanszekerheid van veel mensen. Ze maken zich zorgen over waar ze moeten wonen wanneer het contract afloopt, slapen slecht, piekeren. Dit kost tijd en energie die ze niet aan andere zaken kunnen besteden. Het leidt tot uitgestelde levens. Mensen durven niet te gaan samenwonen, kinderen te krijgen of een nieuwe baan te zoeken.’

De wet, die per 1 juli 2016 in werking trad, introduceerde het generieke tijdelijke huurcontract van twee jaar (of vijf jaar bij kamerbewoning) en breidde de mogelijkheden uit om doelgroepencontracten af te sluiten. De verwachting was dat dit zou leiden tot meer flexibiliteit, meer aanbod van huurwoningen en een grotere doorstroming. Het vaste huurcontract moest de norm blijven, was het uitgangspunt van toenmalig minister Stef Blok, die beloofde dit intensief te monitoren.

De wet leidt ertoe dat het tijdelijke huurcontract in Nederland langzaam de norm wordt. Van de huurders die in de afgelopen twee jaar verhuisden, heeft al 1 op de 5 een tijdelijk contract. In de private sector gaat het zelfs om 29 procent. Onderzoeksbureau Companen, dat de wet evalueerde, verwacht dat het aantal corporaties en particuliere verhuurders dat met tijdelijke contracten werkt, in de toekomst alleen maar zal groeien.

Deze trend stuwt de huurprijzen omhoog, verslechtert de rechtspositie van huurders en brengt hen veel woononzekerheid, zo blijkt uit de evaluatie van de wet door onderzoeksbureau Companen. De rechtspositie van huurders is door de wet eerder verslechterd dan verbeterd. Een te hoge huur, slecht onderhoud? Wie tijdelijk huurt haalt minder snel zijn recht. Bewoners willen de goede relatie met hun verhuurder niet op scherp zetten, klinkt het vanuit verschillende huurteams. Wie weet kun je na afloop fluiten naar een contract voor onbepaalde tijd. Of naar een verhuurdersverklaring, wat de zoektocht naar een nieuwe woning bemoeilijkt.

Ongelijk

Huisman spreekt in haar proefschrift van een stille verschuiving van vast naar flex, die in tegenstelling tot de flexibilisering van de arbeidsmarkt nauwelijks heeft geleid tot maatschappelijk debat. De machtsverhouding tussen huurder en verhuurder is ongelijk, en dit wordt versterkt door het tekort aan betaalbare huurwoningen. Over de werking van het generieke tijdelijke contract zijn de meningen zeer verdeeld. Particuliere verhuurders waarderen de flexibiliteit. Maar voor huurders zijn er vooral de nadelen.

Huisman maakt zich zorgen over het groeiende aantal tijdelijke doelgroepencontracten voor bijvoorbeeld jongeren. ‘Het punt van zulke contracten is dat je een woonrecht krijgt gebaseerd op je huidige toestand. Zolang je aan de voorwaarden voldoet, gaat het goed. Verandert er iets in je situatie, dan woon je niet meer “passend”, moet je verhuizen of veel meer geld betalen. Dat is beslist niet goed voor de bestaanszekerheid van mensen. Denk aan grote gezinnen die hun huis uit moeten als de oudste uit huis gaat. De toegevoegde waarde van tijdelijke contracten weegt niet op tegen de toename van woononzekerheid.’

De socioloog concludeert in haar proefschrift dat ‘het ergste waarschijnlijk nog moet komen’. Meer onderzoek is volgens haar dringend nodig, zowel op wetenschappelijk gebied als op beleidsniveau. ‘De verruimingen van de mogelijkheden voor tijdelijke verhuur volgen elkaar in zo’n rap tempo op, dat het niet mogelijk is dat de wetswijzingen gebaseerd zijn op enige grondige evaluatie’, signaleert Huisman. ‘De kracht van de Nederlandse huursector was tot voor kort dat deze bijna evenveel bestaanszekerheid bood als de koopmarkt. De afgelopen jaren wordt deze kracht echter snel afgebroken. En we zien in Engeland dat het niet makkelijk zal zijn om dit weer terug te draaien wanneer het eenmaal te laat is. Het terugdraaien van de recente verruimingen, zeker de invoering van het generieke tijdelijke huurcontract van twee jaar, zou een stap in de goede richting zijn.’

Dit is een artikel in Huurpeil 3, 2022. Tekst: Mariëlle van Veen

Huurpeil

Abonnement Huurpeil

De Woonbond is er voor huurders en hun organisaties!

Word nu lid en profiteer van alle voordelen