Wooncrisis zet kinderrechten onder druk

Margrite Kalverboer, de Kinderombudsman

De belangen van kinderen worden helemaal niet meegewogen als hun ouders huisvestingsproblemen hebben. Dat constateerde de Kinderombudsman afgelopen december in een verontrustende rapportage over wat dat voor kinderen betekent. In een handreiking zette zij uiteen hoe gemeenten en instanties zich beter aan het Kinderrechtenverdrag kunnen houden. Wooncrisis of niet, belangen van kinderen moeten serieus mee gaan tellen.

De Kinderombudsman controleert of de Nederlandse overheid en particuliere instanties zich houden aan de kinderrechten. Ook helpt hij kinderen en jongeren tot en met 18 jaar om voor hun rechten op te komen. Sinds 2016 heeft hoogleraar Kind, (ortho)pedagogiek, kinderrecht en vreemdelingenrecht aan de Universiteit van Groningen Margrite Kalverboer deze functie, daarin benoemd door de Tweede Kamer. Het duurde even, maar omdat de kinderen die zij spreekt haar Kinderombudsvrouw noemen, is zij dat zelf ook maar gaan doen.

Op grond van artikel 27 van het internationale Kinderrechtenverdrag heeft ieder kind recht op een levensstandaard die toereikend is voor zijn of haar lichamelijke, geestelijke, intellectuele, zedelijke en maatschappelijke ontwikkeling. Hoewel ouders primair verantwoordelijk zijn om dit recht te waarborgen, moet de staat passende maatregelen nemen als dat noodzakelijk is, onder andere op het gebied van voeding, kleding en huisvesting (lid 3).

De afgelopen jaren ontvangt de Kinderombudsvrouw doorlopend klachten van kinderen over huisvesting. Aan de hand van vier portretten van kinderen analyseert Kalverboer in het rapport ‘Ongehoord! De onzichtbaarheid van kinderen bij huisvestingsproblemen’ van december 2020, wat de effecten van huisvestingsproblemen zijn op kinderen. Ook legt ze het handelen van gemeenten en andere instanties in de zoektocht naar een woonoplossing langs de lat van het Kinderrechtenverdrag. Haar conclusies zijn niet mals. ‘Wat ik in de klachten terugzie, is dat de manier waarop er gewerkt wordt, kinderen extra schade toebrengt’, schrijft Kalverboer in haar inleiding van het rapport. Zij realiseert zich dat professionals die op de dossiers rond huisvestingsproblemen werken niet altijd kunnen handelen zoals ze ‘wellicht zelf zouden willen’. En dat zij onmacht voelen vanwege de krapte op de huizenmarkt en de overvolle maatschappelijke opvang. ‘En toch zijn kinderen de dupe van hoe we in onze samenleving de besluitvormingsprocessen rond toewijzing van huisvesting hebben ingericht.’

Wat was de aanleiding voor u om nu met het rapport en de handreiking aandacht te vragen voor huisvestingsproblemen bij kinderen?

‘Wanneer kinderen huisvestingsproblemen ervaren, heeft dat ernstige gevolgen voor hun ontwikkeling en welzijn. Het gaat om situaties waarin mensen geen urgentie krijgen en daardoor niet voor een betaalbare woning in aanmerking komen of omdat er geen plek is in de maatschappelijke opvang. Of dat mensen uit hun huis worden gezet zonder dat er een alternatief is. Al deze klachten vinden hun oorsprong in het feit dat er te weinig betaalbare woningen zijn.

Ook de gemeentelijke (kinder)ombudsmannen hebben bij ons aan de bel getrokken. Zij zien dat het voor hen onmogelijk wordt om nog een oplossing te forceren bij gemeenten. Door het woningtekort en de dichtslibbende opvang kunnen gemeenten geen onderdak meer bieden aan mensen die dit nodig hebben.’

Om hoeveel kinderen, jongeren en gezinnen met kinderen gaat het?

‘Als Kinderombudsman buigen we ons ook over dak- en thuisloosheid. Daarin zien we dat steeds meer jongeren die uit de zorg komen of jeugdzorg hebben gehad, op straat belanden. Hun aantallen zijn verdriedubbeld in tien jaar tijd; het CBS telde 12.600 dak- en thuisloze jongeren tussen de 18 en 30 jaar in 2018.

Exacte cijfers over gezinnen hebben we niet. Wat we wel weten is dat veel mensen huisvestingsproblemen hebben en dat het dan ook vaak gaat om gezinnen. Ik denk dat het probleem gigantisch is. En juist doordat kinderen geen plek hebben in deze problematiek, ze onzichtbaar zijn, kan ik geen antwoord geven op die vraag van de aantallen. We hebben gewoon geen zicht op de harde cijfers. Als iemand bijvoorbeeld urgentie aanvraagt, worden er niet vanzelfsprekend gegevens over eventueel betrokken kinderen geregistreerd.’

Welke gevolgen hebben huisvestingsproblemen voor een kind?

‘Praktisch gezien betekenen huisvestingsproblemen soms dat kinderen moeten verhuizen naar een andere gemeente, bijvoorbeeld voor onderdak in het netwerk of in de opvang. Soms moeten zij dan naar een andere school of kan de zorg die zij in een bepaalde gemeente ontvingen niet worden voortgezet. Soms kunnen zij dan niet meer in de buurt zijn van (andere) volwassenen die voor hen belangrijk zijn.

Deze praktische problemen hebben veel invloed op hun ontwikkeling en welzijn. Maar wat je in de portretten heel duidelijk terugziet, is dat stress de meeste impact heeft. Huisvestingsproblemen geven kinderen veel stress en dat kan hun ontwikkeling enorm in de weg staan. Als je in je hoofd bezig bent met zorgen over je huis, dan kun je je niet meer concentreren op school. Het staat vriendschappen in de weg. En deze stress komt in combinatie met de stress van de ouders die daardoor ook (emotioneel) onbeschikbaar zijn. Als kind denk je nog dat je ouders alles kunnen. Als zij machteloosheid bij hun ouders zien, voelen kinderen zich sociaal onveilig.

Kinderen internaliseren de ellende, passen zich aan als een kameleon en wringen zich in allerlei bochten om zo makkelijk mogelijk te zijn en hun eigen problemen zo klein mogelijk te maken. Hun ouders weten dan vaak niet eens hoeveel zorgen hun kinderen zich maken. Externaliseren zie je ook. Dan zijn er woede-uitbarstingen, ruzie en verwijten.

Een van de zusjes (Puck en Jet) in ons rapport deed een muziekopleiding en zij kon een jaar lang geen muziek maken of zingen omdat ze bij haar oma inwoonde. Dat is sprekend voor wat huisvestingsproblemen met kinderen doen. Het staat zoveel aspecten van hun ontwikkeling in de weg. Het raakt me omdat kinderen vaak zo weinig vragen. De negenjarig Finny in ons rapport die samen met zijn moeder in een eenkamerappartement woont, wil alleen een eigen kamertje met een kast en een bureau waar hij zijn huiswerk kan maken. Dat zou in Nederland toch voor ieder kind vanzelfsprekend moeten zijn?’

Wat zijn de oplossingen waar gemeenten en instanties mee komen voor huisvestingsproblemen bij kinderen?

‘Wat wij zien is dat oplossingen voor kinderen met huisvestingsproblemen vooral gericht zijn op het regelen van een dak boven het hoofd. Dat betekent dat als een kind problemen heeft omdat het te klein woont (Finny) of omdat een kind bij opa of oma woont (Puck en Jet) een gemeente dit niet ziet als een probleem en dus ook geen urgentie verleent; deze kinderen hebben immers een dak boven het hoofd.

Als kinderen dakloos dreigen te raken omdat ze hun huis uitgezet worden zoals de zeventienjarige Moudy in ons rapport, of omdat zij uit een situatie komen waarin zij nog geen huis hadden in Nederland zoals Anna en Rex in ons rapport, wordt er gekeken hoe dat dak boven het hoofd zo snel mogelijk geregeld kan worden. In geen van deze gevallen wordt gekeken wat er naast een dak boven het hoofd nog meer belangrijk is voor dat specifieke kind. Sterker nog, gemeenten spreken deze kinderen helemaal niet. Zij zijn onzichtbaar. Dit kan leiden tot beslissingen die erg schadelijk zijn voor de ontwikkeling en het welzijn van het kind. Zoals een voortzetting van een schadelijke omgeving voor het kind, kinderen die van ouders worden gescheiden, et cetera.’

Komt het veel voor dat ouders en kinderen worden gescheiden als ze geen huis hebben?

‘Ook hier heb ik geen exacte cijfers over. Wij horen met regelmaat dat dit gebeurt of dat een gemeente daarmee dreigt zoals in twee van de vier portretten in ons rapport. Bijvoorbeeld door de Raad voor de Kinderbescherming op ouders af te sturen als die geen adequate huisvesting weten te regelen. De minderjarige kinderen kunnen dan in een pleeggezin worden geplaatst, terwijl de ouders verder op straat leven.

Op grond van artikel 9 van het Kinderrechtenverdrag mag je ouders en kinderen alleen van elkaar scheiden als dat in het belang is van de kinderen. Het is goed als kinderen naar een pleeggezin gaan als zij dringend hulp nodig hebben. Maar deze ouders en kinderen hebben geen hulpvraag. Ze hebben een huisvestingsprobleem. Kinderen in een pleeggezin plaatsen is een vorm van dwang die onethisch is omdat deze ouders prima in staat zijn hun kinderen op te voeden. Zij hebben alleen geen huis.’

Wordt u wel eens boos als u van dit soort misstanden hoort?

‘Boosheid kan een drive zijn om je ergens voor in te zetten. De woningnood is er, maar Nederland heeft zich ook gecommitteerd aan het Kinderrechtenverdrag. Dat vraagt het een en ander: kinderrechten moeten heel serieus meegenomen en vooropgesteld worden in besluitvorming en beleid.

Ik probeer wegen te vinden die hopelijk ook anderen helpen om allereerst het probleem in kaart te brengen. Deze kinderen zijn nu onzichtbaar en zolang dat zo is, zal er geen oplossing komen. Waar het vaak misgaat is de afwezigheid van een goede diagnose. We kijken vrijwel altijd eerst naar de belemmeringen die er zijn: Wat is er beschikbaar? Wat kost het? Wie is er verantwoordelijk? Terwijl de diagnose zou moeten gaan over: wat is nu het beste voor het kind?

In de handreiking hebben we uitgewerkt hoe gemeenten en instanties dat kunnen doen. Een kind heeft het recht om zijn mening te geven. En bijvoorbeeld het recht op het behoud van zijn gezinsomgeving en belangrijke contacten. Pas als laatste kijk je naar wat een optimale keuze in de weg staat. Door zo’n diagnose hebben kinderen in elk geval een plek in de afweging. Je moet op grond van de Kinderrechten hun belang ook echt vooropstellen, maar dat betekent niet dat kinderen of gezinnen met kinderen altijd voor zullen gaan.’

Er is schaarste aan woningen en ook in de maatschappelijke opvang. Waar moet het aanbod nu als eerste verruimen om de huisvestingsproblemen van kinderen te adresseren?

‘Maatschappelijke opvang is altijd tijdelijk en een noodgreep. We kunnen dus het beste maar meteen inzetten op het toevoegen van woningen. Ik denk dat we ook meer werk moeten maken van nieuwe woonvormen: gemeenschappelijke woonvormen met gemêleerde groepen bewoners. Het probleem waar veel mensen tegenaan lopen is dat ze hun plek in de maatschappij niet goed kunnen vinden en de weg niet kennen. Hoe mooi zou het zijn als je dan buren hebt bij wie je voor eenvoudige dingen terecht kunt, die een oogje in het zeil houden. Nergens in Europa zijn zoveel vrijwilligersorganisaties als in Nederland. Het zit in onze aard om iets te willen betekenen voor anderen. Dat zouden we kunnen inbouwen in huisvesting, of in elk geval in het nadenken daarover. Woningcorporaties kunnen daaraan bijdragen. Het gebeurt ook al mondjesmaat, zoals studenten in complexen met kwetsbare ouderen.’

Wat moet een komend kabinet gaan doen om woningnood bij kinderen aan te pakken?

‘Het kabinet kan ervoor zorgen dat kinderen worden meegenomen in de belangenafweging. Dat moet op individueel niveau gebeuren. Maar daar moet ook een landelijke visie op zijn. Hoe gaan we om met de huidige schaarste, hoe krijgen we goed in beeld wat er nodig is op huisvestingsgebied? Veel van de problemen waar kinderen mee te maken hebben, komen door de verkokering van beleid. Beleidsuitvoerders moeten integraal gaan kijken en de ruimte krijgen om tot creatieve oplossingen te komen. We moeten meer uitgaan van “kan wel” in plaats van “kan niet”.

En nog een ander punt. Wat ik heel erg vind is de vercommercialisering van woningen. De schaarse woonruimte gaat naar de hoogste bieders die er op hun beurt heel veel geld aan willen verdienen, bijvoorbeeld via AirBnB. Dat wordt allemaal onttrokken aan de woonmogelijkheden voor mensen die gewoon in de buurt van hun werk of school willen wonen. Je kunt beleid ontwikkelen om deze vercommercialisering tegen te gaan. Ik vind het heel tegenstrijdig hoe weinig dat wordt aangepakt, terwijl we zoveel schaarste hebben aan de onderkant.’

www.dekinderombudsman.nl

 

Dit is een artikel van Agnes Verweij in Huurpeil 1, 2021

Huurpeil

Abonnement Huurpeil

De Woonbond is er voor huurders en hun organisaties!

Word nu lid en profiteer van alle voordelen