Aedes-benchmark toont grote verschillen tussen corporaties

26 november 2014

Er zijn grote verschillen in huurderstevredenheid en bedrijfslasten tussen woningcorporaties. Het rapportcijfer van huurders loopt uiteen van een 6,4 tot een 8. Het gemiddelde is een 7,3. De bedrijfslasten (exclusief heffingen en belastingen) bedragen gemiddeld € 1.035,- per woning, maar variëren van € 345,- tot maar liefst € 1.900,-. Dit blijkt uit de gisteren gepubliceerde nieuwe Aedes-Benchmark 2014.

Vergelijking huizen

De benchmark loopt vooruit op de binnenkort te verschijnen Corporatie in Perspectief (CiP), die Aedes vanaf dit jaar heeft overgenomen van het Centraal Fonds Volkshuisvesting (CFV). Daarin wordt veel dieper ingegaan op de financiële en volkshuisvestelijke prestaties van de corporatiesector. In de Aedes-benchmark zijn corporaties slechts vergeleken op twee onderdelen: kwaliteit (huurdersoordeel) en bedrijfsvoering (bedrijfslasten). Aan de benchmark hebben in totaal 312 corporaties meegewerkt, waarvan 205 op beide onderdelen.

Op beide onderdelen konden corporaties een A, B of C scoren, waarbij A de hoogste score is en C de laagste. Gecombineerd levert een AA score een kopgroep van 19 corporaties op en een CC-score een staartgroep van 12 corporaties.

Kopgroep

In de kopgroep zitten Patrimonium uit Urk, Beter Wonen uit IJsselmuiden, Wonen Zuidwest Friesland, Woonservice Meander uit Werkendam, Wormerwonen, De gemeenschap uit Nijmegen, woningstichting Putten, Volksbelang uit Made, Woonbeheer Borne, Wovesto uit Sint-Oedenrode, Mercatus uit Emmeloord, Beter Wonen Vechtdal uit Hardenberg, TBV uit Tilburg, UWOON uit Harderwijk, WOONopMAAT uit Heemskerk, TIWOS uit Tilburg, St. Joseph uit Almelo, Woongoed Zeeuws-Vlaanderen en Woningstichting Den Helder.

Staartgroep

Tot de staartgroep behoren Bouwvereniging Ambt Delden uit Bentelo, De Seyster Veste uit Zeist, IJsseldal Wonen uit Twello, Woonwijze uit Vught, Beter Wonen uit Almelo, Poort 6 uit Gorinchem, Maasdelta Groep uit Spijkenisse, Woonbedrijf ieder1 uit Deventer, Woonconcept uit Meppel, Woonmaatschappij ZO-Wonen uit Sittard, ‘thuis uit Eindhoven en Mitros uit Utrecht.

Oordeel van 144.000 huurders

Voor het onderdeel kwaliteit zijn de oordelen van ruim 144.000 huurders verzameld. Het gemiddelde huurdersoordeel is 7,3. Gekeken is naar het oordeel op drie onderdelen: betrekken van de woning voor nieuwe huurders, uitvoeren van reparatieverzoeken en verlaten van de woning voor vertrekkende huurders. Het oordeel is bij kleine corporaties gemiddeld hoger dan bij grotere. Dat geldt ook voor niet-stedelijke gebieden in vergelijking met stedelijke regio’s. Uit de antwoorden op open vragen blijkt dat huurders het vooral belangrijk vinden dat corporaties duidelijke afspraken maken – bijvoorbeeld over het betrekken van de woning en over de afhandeling van reparatieverzoeken – en dat ze zich ook aan die afspraken houden.

Grote verschillen in bedrijfslasten

Voor het onderdeel bedrijfsvoering is gekeken naar de ‘geharmoniseerde beïnvloedbare netto bedrijfslasten per gewogen verblijfseenheid’. Om de aangeleverde gegevens goed te kunnen vergelijken zijn ‘ruisfactoren’ niet meegenomen. Dat geldt ook voor de bedrijfslasten die corporaties niet kunnen beïnvloeden, zoals de OZB, de verhuurdersheffing en de saneringsheffing van het CFV, in totaal ruim 1,2 miljard. De totale bedrijfslasten bedroegen in 2013 bijna 4 miljard, waarvan ruim 2,4 miljard ‘geharmoniseerde netto bedrijfslasten. Gemiddeld is dat € 1.035,- per woning, een daling van 2,4 procent ten opzichte van 2012. De verschillen zijn enorm, van € 345,- bij R&B Wonen uit Heinkenszand tot € 1.900,- bij woningstichting Bergh uit ’s-Heerenberg. Ook de grote corporaties (>25.000 woningen) liggen ver uit elkaar, van € 792,- bij De Key in Amsterdam tot € 1,458,- bij Lefier in Groningen.Uit de benchmark blijkt dat de bedrijfslasten in matig-stedelijke gebieden hoger zijn dan in weinig- of sterk-stedelijke gebieden. Het is dus niet zo dat de bedrijfslasten toenemen als het gebied stedelijker is.

Positief maar nog veel te winnen

Woonbonddirecteur Ronald Paping is positief over de nieuwe benchmark. ‘Het geeft huurders en huurdersorganisaties handvatten om het debat met hun verhuurder aan te gaan over belangrijke zaken als kwaliteit en bedrijfslasten. Het zou dan wel helpen als ook de meer gedetailleerde informatie openbaar wordt. Wat me ook opvalt is dat de verschillen onderling groot zijn en dat er bij veel corporaties nog een wereld te winnen valt, zoals Aedes trouwens zelf ook constateert. Ik hoop dan ook dat de C’tjes volgend jaar B’tjes zijn en de B’tjes A’tjes.’

Aedes
CFV
woningcorporatie

De Woonbond is er voor huurders en hun organisaties!

Word nu lid en profiteer van alle voordelen