Dure scheefheid veel groter probleem dan goedkope scheefheid

26 juni 2013

Slechts 2 procent (59.000) van de 2,9 miljoen hurende huishoudens huurt echt ‘goedkoop’ scheef (met een jaarinkomen boven € 43.000 en een huur onder de € 366,37, de kwaliteitskortingsgrens in de huurtoeslag in 2012). Het aantal ‘dure’ scheefwoners is daarentegen veel groter. Veel huurders met een laag inkomen betalen een huur die eigenlijk te hoog voor ze is.

Onder de armoedegrens

Maar liefst 554.000 huishoudens met een inkomen onder € 33.000 huren een woning met een huur boven de aftoppingsgrens (€ 524,37 voor 1 en 2-persoonshuishoudens en € 561,98 voor meerpersoonshuishoudens). Dit blijkt uit een analyse van onderzoeksbureau ABF in opdracht van het ministerie van BZK.

Te duur huren groter probleem dan te goedkoop huren

De analyse bevestigt het standpunt van de Woonbond dat ‘goedkope’ scheefheid een sterk overschat verschijnsel is. Zelfs als wordt uitgegaan van een ruimere definitie van ‘goedkope’ scheefheid, dan valt het aantal goedkope scheefwoners reuze mee, zo blijkt uit de analyse van ABF. Het aantal dure scheefwoners is volgens de Woonbond een veel groter probleem. Deze groep kampt met hoge huurquotes (tussen 33 en 49 procent) en heeft grote moeite om de eindjes aan elkaar te knopen.

Blok wil dure scheefheid niet zien

Minister Blok van Wonen rept in zijn aanbiedingsbrief bij het ABF-onderzoek met geen woord over het probleem van de dure scheefheid en blijft de goedkope scheefheid overdrijven. Hij ziet de analyse van ABF als een ondersteuning van zijn huurbeleid, met inkomensafhankelijke huurverhogingen. Volgens Woonbonddirecteur Ronald Paping is dat onterecht. Hij heeft een veel beter alternatief. ‘De huursombenadering, waarbij relatief goedkope woningen iets meer in huur mogen stijgen en relatief dure juist minder, zou een goede methode zijn om zowel goedkope als dure scheefheid aan te pakken.’

Bescheiden groep woont te goedkoop

ABF zoomt in zijn analyse in op de verschillende categorieën. Opvallend is dat van de 59.000 ‘echte’ scheefwoners (de huurders met een hoog inkomen en een lage huur, volgens de definitie van ABF) ruim driekwart aangeeft helemaal geen huur te betalen. Volgens ABF gaat het om mensen die tijdelijk gratis in een huis mogen wonen, bijvoorbeeld studenten voor de ouders een woning hebben gekocht. Laat je deze groep buiten beschouwing dat zou het aantal echte goedkope scheefwoners slechts 14.000 bedragen.

Veel dure scheefheid in grote steden

Ook heeft ABF de groep dure scheefwoners onder de loep gelegd. Het blijkt dat relatief veel huishoudens in deze categorie pas recent in de woning is komen wonen en ook relatief vaak van een commerciële verhuurder huurt. Ook komt dure scheefheid veel vaker voor in de grote steden. De verklaring van ABF is dat het vooral om huishoudens gaat die om urgente redenen (bijvoorbeeld echtscheiding of verkoop van de vorige woning), al dan niet tijdelijk, een dure woning hebben betrokken.

betaalbaarheid
inkomensafhankelijke huurverhoging

De Woonbond is er voor huurders en hun organisaties!

Word nu lid en profiteer van alle voordelen