Persbericht

Hoge woonlasten particuliere huurders

16 juni 2017

Een huurder van een corporatiewoning is gemiddeld een derde van zijn inkomen kwijt aan woonlasten (huur, energie en lokale belastingen). Huishoudens in de particuliere huursector geven een groter deel van hun inkomen uit aan huur- en woonlasten, namelijk 37%. Dat blijkt uit de vandaag gepubliceerde Lokale Monitor Wonen. Voor het eerst zijn hier ook cijfers over de particuliere huursector in meegenomen. Het is de tweede keer dat de Lokale Monitor Wonen verschijnt.

Het aantal corporatiewoningen beschikbaar voor specifieke doelgroepen is in 2015 afgenomen ten opzichte van 2014. Dat geldt vooral voor de doelgroep die huurtoeslag ontvangt. Dit komt door een toename van het aantal huishoudens in die doelgroep en een afname van het aantal corporatiewoningen met een huur tot €618,-.

Betaalrisico

In de corporatiesector geven huurders in 2015 een groter deel van hun inkomen uit aan huur dan in 2014. Dit komt door een daling van het netto besteedbaar inkomen en een stijging van de huurprijzen. De gemiddelde netto huurquote (= huur verminderd met huurtoeslag als percentage van het inkomen) van huishoudens in corporatiewoningen was in 2014 22,5% en in 2015 23,6%. Het percentage huishoudens in een corporatiewoning dat een betaalrisico heeft, is in 2015 dan ook licht toegenomen ten opzichte van 2014. Er is een betaalrisico als het netto besteedbaar inkomen te laag is om alle noodzakelijke uitgaven te dekken. In 2014 had 14% van de huishoudens in een corporatiewoningen een betaalrisico. In 2015 was dit 14,8%.

Huur en woonlasten

Verhoudingsgewijs geven huishoudens in particuliere huurwoningen een groter deel van hun inkomen uit aan huur- en woonlasten dan huishoudens in een corporatiewoning. In 2015 bedroegen de gemiddelde netto woonlasten in de corporatiesector €580,- en was de huurquote 33%; in de particuliere sector was dit €815,- met een gemiddelde huurquote van 37%.

Het aandeel dure scheefwoners (huurders huren relatief duur voor hun inkomen) én goedkope scheefwoners (huurders huren relatief goedkoop voor hun inkomen) ligt een stuk hoger in de particuliere huursector dan in de corporatiesector. In 2015 woonde 12,9% van de huishoudens in een corporatiewoning duur scheef, ten opzichte van 19,6% in een particuliere huurwoning. In 2015 woonden 13,7% van huishoudens in een corporatiewoning goedkoop scheef ten opzichte van 15,3% in een particuliere huurwoning. Het goedkoop scheefwonen in de corporatiesector is licht afgenomen met 0,7 percentpunten (van 14,4% in 2014 naar 13,7% in 2015). Het duur scheefwonen in de corporatiesector is iets toegenomen met 0,9 percentpunten (van 12,0% in 2014 naar 12,9% in 2015).

beschikbaarheid
betaalbaarheid

Persvoorlichter

Marcel Trip
06-30329497
uitsluitend voor journalisten

De Woonbond is er voor huurders en hun organisaties!

Word nu lid en profiteer van alle voordelen