Regionalisering huurbeleid 'geen prioriteit'

22 juni 2017

Regionalisering van het huurbeleid zou een middel kunnen zijn om sommige problemen in overspannen woningmarkten aan te pakken. Maar het heeft geen prioriteit. ‘Er zijn belangrijker onderwerpen’, aldus Woonbonddirecteur Ronald Paping.

V.l.n.r. Fred van der Molen, Pieter Hooimeijer, Mieke van den Berg, Ronald Paping

Dat was de uitkomst van een workshop die de Woonbond gisteren hield op de slotdag van het negendaagse International Social Housing Festival (ISHF) in museum Het Schip in Amsterdam. Het festival  was een groot succes en trok ruim 1200 bezoekers, van wie de helft uit het buitenland. Er waren deelnemers uit meer dan 50 landen.

Gluren bij de buren

De workshop ging van start met een kijkje over de grens. Voorzitter Hans Knops van de huurdersvereniging Aken (Duitsland) vertelde hoe de Duitse Mietspiegel werkt. Dit is een systeem waarbij de gemiddelde huren in een bepaalde stad of regio bepalen hoe hoog de aanvangshuur (na een verhuizing) en de huurverhogingen mogen worden. In Duitsland bestaan grote regionale verschillen in huurprijzen. In steden met grote woningnood, zoals München en Stuttgart, zijn de huren veel hoger dan in krimpgebieden zoals in het oosten. Uit zijn verhaal bleek ook dat het systeem nogal wat haken en ogen heeft, omdat veel verhuurders geen gegevens over hun woningen verstrekken en de politieke wil ontbreekt om het systeem te laten werken.

Wat kan er al?

Vervolgens ging Bastiaan van Perlo, beleidsmedewerker bij de Woonbond, in op de mogelijkheden voor regionalisering. Op dit moment is al de nodige differentiatie in het huurbeleid mogelijk via lokale prestatieafspraken, de Woningwet 2015 en via het woningwaarderingsstelsel (sinds de WOZ er onderdeel van is). Verdere differentiatie zou kunnen door regionale aanpassing van een aantal grenzen: de liberalisatiegrens (nu € 710), de inkomensgrenzen, de huurtoeslaggrenzen of de huursomruimte bij woningcorporaties. De hamvraag is echter is ‘waarom zou je het willen?’.

Geen prioriteit

Daarop kwam in het debat tussen Ronald Paping (Woonbonddirecteur), Mieke van den Berg (bestuurder van woningcorporatie Eigen Haard) en Pieter Hooimeijer (hoogleraar Stedelijke Ontwikkeling) geen eenduidig antwoord. In de levendige discussie onder leiding van Fred van der Molen (hoofdredacteur woontijdschrift NUL20) bleken ze het grotendeels met elkaar eens te zijn. Regionalisering van een aantal grenzen, met name de ophoging van de liberaliseringsgrens en de inkomensgrenzen, zou een oplossing kunnen zijn voor overspannen woningmarkten zoals Amsterdam en Utrecht. Maar er kleven ook nadelen aan. Zo kunnen hogere grenzen een prijsopdrijvend effect hebben en leiden tot verdringing, zeker als er tegelijkertijd niet fors meer wordt gebouwd. Verhoging van de huurtoeslaggrenzen stuitte op de meeste weerstand. ‘Dat is een perverse prikkel, waarvan alleen verhuurders beter van worden’, waarschuwde Paping. Van den Berg was dat met hem eens.

Driekwart regelend recht

Volgens Paping zou ‘driekwart regelend recht’, analoog aan de arbeidswetgeving, een oplossing kunnen zijn. Dan is het  huurbeleid landelijk bepaald, maar kan daar van afgeweken worden als alle lokale partijen (huurders, verhuurders en gemeenten) daar mee instemmen.

woningmarkt

De Woonbond is er voor huurders en hun organisaties!

Word nu lid en profiteer van alle voordelen