Uitspraken in geschillen over prestatieafspraken

13 april 2017

De minister heeft  in drie zaken uitspraak gedaan over een geschil bij het tot stand komen van de prestatieafspraken, de lokale afspraken over woonbeleid tussen gemeenten, corporaties en huurdersorganisaties. In alle gevallen volgde minister Plasterk het advies van  de Adviescommissie geschilbeslechting. Het gaat om zaken uit Delft, Zoetermeer en Leiderdorp.

Geschil

In twee gevallen was het de gemeente die naar de geschillencommissie stapte. In Delft betrof het de vraag of de corporatie Bergopwaarts zich moest aanpassen aan de met anderen gemaakte prestatieafspraken en haar verkoopplannen moest stoppen. Een oudere, directe afspraak tussen de corporatie en de gemeente waarin verkoop juist wel was toegestaan, kon wat de commissie betreft niet aan de kant geschoven worden. De geplande verkoop kan dus doorgaan.

Vestia

In Zoetermeer ging het geschil over betaalbaarheid. Vestia wil veel woningen liberaliseren en verkopen en verhoogt overal de huren fors. Dat komt niet overeen met wat de gemeente en de Huurdersorganisatie willen. Vestia moet echter een saneringsbesluit naleven, als gevolg van het eerdere derivatendrama. De commissie oordeelt dat de Vestia binnen haar mogelijkheden voldoende inspanning levert en de plannen van de corporatie daarom redelijk zijn.

Inkomensafhankelijke huurverhoging

In Leiderdorp was de huurdersorganisatie HBOL in verweer gekomen tegen de door Rijnhart Wonen gewenste afspraak om de inkomensafhankelijke huurverhoging te gebruiken voor investeringen. Als deze afspraak door de verhuurder, de gemeente en de huurdersorganisatie wordt onderschreven, dan is het volgens de nieuwe huurverhogingsregels in 2017 mogelijk om de inkomensafhankelijke huurverhoging buiten de ‘huursombeperking’ te houden. Door de huursombeperking kunnen de huren van een corporatie gemiddeld maximaal 1,3% stijgen. Door de inkomensafhankelijke huurverhoging hier buiten te plaatsen,  kan een corporatie de totale huursom (alle huren van een corporatie bij elkaar) met meer dan 1,3% laten stijgen. De HBOL vindt dat er geen financiële noodzaak is voor Rijnhart Wonen om de huursombeperking te omzeilen en heeft dit geschil aan de Adviescommissie geschillenbeslechting voorgelegd.

Opnieuw om tafel

De adviescommissie komt tot het oordeel dat Rijnhart Wonen altijd vrij is om een inkomensafhankelijke huurverhoging door te voeren. Over de vraag of de extra huurverhoging dan wel of niet binnen de huursombeperking moet blijven laat de adviescommissie zich niet uit. Gezien de wijze waarop deze regel is besproken in de Tweede Kamer gaat de Woonbond er nog steeds vanuit dat als een huurdersorganisatie daar niet mee akkoord gaat, de inkomensafhankelijke huurverhoging gewoon binnen de huursombeperking moet vallen. Er is dan immers geen sprake van een afspraak tussen alle drie partijen. De adviescommissie heeft de partijen verzocht om weer in overleg te treden over de prestatieafspraken. 

huurdersorganisatie
prestatieafspraken

De Woonbond is er voor huurders en hun organisaties!

Word nu lid en profiteer van alle voordelen