Woonbond in hoger beroep

Gebouw van de Hoge Raad in Den Haag
Gebouw van de Hoge Raad in Den Haag

In januari 2018 bepaalde de rechter in Den Haag dat de Woonbond niet ontvankelijk is in de rechtszaak tegen de staat en verhuurders. Tegen die uitspraak ging de Woonbond in hoger beroep .

De civiele rechtbank in Den Haag bepaalde op 10 januari 2018 dat de Woonbond niet-ontvankelijk is in een rechtszaak tegen de staat en verhuurders. Niet-ontvankelijk houdt in dat de rechtbank geen inhoudelijke uitspraak doet.  De civiele rechter verwees naar de bestuursrechter. Dit nadat er al eens eerder van bestuursrecht naar civiel recht was verwezen.

Waar ging de rechtszaak over?

Het delen van inkomensgegevens met verhuurders door de Belastingdienst was -en is- volgens de Woonbond een onrechtmatige overheidsdaad, die in strijd is met de wettelijke geheimhoudingsplicht van de Belastingdienst. Wij vroegen de rechtbank in Den Haag namens alle gedupeerde huurders om voor recht te verklaren dat de Belastingdienst aansprakelijk is voor de huurschade als gevolg van haar onrechtmatige handelen.

Uitspraak in andere rechtszaak: huurder versus Belastingdienst

De verklaring dat de Belastingdienst aansprakelijk is kwam er in de collectieve rechtszaak dus niet.  Maar op 26 april 2018 volgende wél uitspraak in een andere rechtszaak, van een individuele huurder. Daaruit blijkt dat de Belastingdienst wel degelijk aansprakelijk is voor de geleden schade.  De bestuursrechter in Den Haag oordeelde dat de Belastingdienst de schade van deze huurder moet vergoeden. Die uitspraak helpt ons in het hoger beroep bij de civiele rechter.

Rechtszaak huurder versus verhuurder

Er volgt binnenkort uitspraak in nog een rechtszaak van een individuele huurder die van invloed kan zijn op het hoger beroep. Een huurder eist dat een verhuurder de huurprijs verlaagt naar de huurprijs die hij betaald zou hebben zónder extra huurverhoging. In die rechtszaak is dus niet de Belastingdienst, maar een verhuurder de gedaagde partij.

Uitspraak van de ‘grote kamer’

In het hoger beroep is het wenselijk dat de zogenaamde ‘grote kamer’ uitspraak gaat doen.  In die ‘grote kamer’ zitten civiele rechters van de Hoge Raad én bestuursrechters van de Raad van State. Maar afstemming tussen beide rechtscolleges kost wel extra tijd. Vandaar dat onze advocaten inschatten dat er niet eerder dan begin 2020 een uitspraak is.

Inkomensverstrekking onrechtmatig

Dát er sprake was van onrechtmatige verstrekking van inkomensgegevens staat als een paal boven water. Het hoger beroep draait uiteindelijk om de vraag: waar en hoe kunnen huurders die daar schade van ondervinden een schadevergoeding krijgen?  Want het kan natuurlijk niet zo zijn dat huurders helemaal nergens hun recht kunnen halen.

collectieve rechtszaak

De Woonbond is er voor huurders en hun organisaties!

Word nu lid en profiteer van alle voordelen