Meteen naar de content

Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte

Huren en recht De minister voor Volkshuisvesting bepaalt de maximale hoogte van de huurverhoging. Dat is geregeld in de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte.

De Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte beoogt de ontwikkeling van de huurprijzen in goede banen te leiden. De uitgangspunten van deze wet zijn eenvoudig:

  • De verantwoordelijke minister stelt jaarlijks ‘bij ministeriële regeling’ de maximale huurverhoging vast;
  • Als een verhuurder de huur onverhoopt met een hoger percentage verhoogt, kan de huurder verhaal halen bij de Huurcommissie.

Inflatie

Dankzij deze wet kan de verantwoordelijke minister bepalen wat voor het volgende jaar de maximale huurverhoging is. Bijvoorbeeld het inflatiecijfer min of plus 1 procent. Of de gemiddelde cao-loonsverhoging min of plus zo’n zelfde percentage.

Huurcommissie

‘Er is een huurcommissie.’ Punt! Zelden is in een tekst zo helder verwoord waar het om gaat als in de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte. Deze wet regelt dat de Huurcommissie de door de verhuurder voorgestelde huurverhoging kan toetsen aan de ministeriële regeling.

Waardering

Ook is in deze wet vastgelegd dat de Huurcommissie de aanvangshuur van een woning kan toetsen op basis van het Woningwaarderingsstelsel (WWS), in de volksmond het ‘puntenstelsel‘. De Huurcommissie heeft krachtens deze wet het recht een lagere huur voor te schrijven dan wat de verhuurder vraagt.

Sinds wanneer?

Deze wet geldt sinds 1 januari 2003.

Waar vind je meer?

Op wetten.overheid.nl vind je de tekst van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte.