Gezoem, poep en geknaag: ledenpeiling over plaagdieren

Rioolmotjes, loslopende katten, meeuwen, marters, meelmotten, vlooien, clustervliegen, tapijtkevers en zelfs ‘grotere knaagdieren dan ratten’. Huurwijzer vroeg het ledenpanel van de Woonbond naar ervaringen met plaagdieren. Eén op de tien deelnemers vulde naast de al uitgebreide lijst nog andere overlastgevende beesten in.
In totaal heeft 63 procent van de respondenten de afgelopen twee jaar last gehad van deze ongenode gasten. Om welke beestjes gaat het? En hoeveel last? Wat hebben ze eraan gedaan? Wat deed de verhuurder?

Zilver- of papiervisjes en muizen scoren het hoogst, die zijn door meer dan de helft van de respondenten aangevinkt. Ze staan ook in de top 10 van meest voorkomende plaagdieren van een bekende ongediertebestrijder, met muizen bovenaan. Andere aangevinkte plaagdieren zijn fruitvliegjes, mieren, slakken, ratten, duiven, wespen, motten en muggen. Huisstofmijt, kakkerlakken en teken komen weinig voor. En niemand heeft gelukkig bedwantsen in huis.
Niet in de tuin
Voor ruim een kwart van de deelnemers is de overlast (zeer) ernstig. ‘Ik durf niet meer in de tuin te zitten of de tuindeur open te laten’, vertelt iemand. ‘Slakken binnen vind ik uiterst smerig’, schrijft een ander. En een derde: ‘De zilvervisjes zijn soms in groten getale aanwezig, dat baart me zorgen omdat die onder de vieze bacteriën zitten.’
De meeste mensen (45 procent) ervaren hygiëneproblemen van de plaagdieren, zoals uitwerpselen in huis en stank. Ruim een kwart is bang voor de plaagdieren, maakt zich zorgen over hun gezondheid of voelt zich onveilig. Bijna een kwart heeft last van vervelende geluiden en bij bijna één op de vijf zorgen de dieren voor schade aan de woning of inboedel. Er zijn ook mensen met gezondheidsklachten door de plaagdieren (7 procent).
Om van de plaagdieren af te komen, gebruikten mensen bestrijdingsmiddelen, namen ze preventieve maatregelen (zoals kieren dichten) of probeerden andere oplossingen, zoals veel ventileren, contact opnemen met de gemeente of het plaatsen van muizenvallen. De meeste mensen (58 procent) informeerden de verhuurder niet. De rest wel, maar slechts 8 procent van de deelnemers vond de reactie van de verhuurder snel en adequaat.

Drie van de vijf respondenten gaf aan geen actie van de verhuurder te hebben gezien. En 8 procent van de deelnemers diende een klacht in en een enkeling zocht juridisch advies of legde de zaak voor aan de Huurcommissie. Verhuurders die in actie kwamen, schakelden een bestrijder in, voerden onderhoud uit of gaven advies.
Slechts één op de vijf plaagdierproblemen werd volledig opgelost en een derde gedeeltelijk. Voor 41 procent van de deelnemers kwam nog geen oplossing. Sommigen proberen het ook niet meer: ‘Ik krijg mijn buurvrouw niet zover dat ze stopt met het voeren van de duiven. En ik heb geen zin in een burenconflict’, schrijft iemand. Anderen hebben de overlast geaccepteerd: ‘Vanwege de naaktslakken draag ik pantoffels, slippers of schoenen in huis. Inmiddels ben ik het helemaal gewend.’
Huurwijzer 2 van 2026
Deze ledenpeiling verscheen in Huurwijzer 2 van 2026, met daarin onder andere ook een dossier over huurstarters.