Meteen naar de content

Compensatieregeling EPV

Voor zeer duurzame huurwoningen met veel isolatie, een warmtepomp en veel zonnepanelen kunnen verhuurders een Energieprestatievergoeding (EPV) vragen. De hoogte van die EPV-vergoeding werd bepaald op basis van de stookkosten met aardgas van een gewone duurzame woning (label B). Hierbij werd rekening gehouden met de mogelijkheid om alle opgewekte stroom door de zonnepanelen te salderen. Het gaat om ongeveer twintigduizend huurwoningen met gemiddeld 20 zonnepanelen.

Sinds 2024 rekenen energieleveranciers terugleverkosten en de staat schrapt de hele salderingsregeling van 2027. Daardoor stijgen de woonlasten voor deze meestal sociale huurders fors.

Maximumtarief EPV omlaag

De EPV-regeling kent meerdere niveaus, voor verschillende niveaus van verduurzaming. Per niveau gelden er andere maximumprijzen. Om het nog ingewikkelder te maken is er een oude EPV (1.0) en sinds 2023 ook een nieuwe EPV (2.0). Bij woningen die vóór 2023 al een EPV hadden blijft de EPV 1.0 gelden.

Ter compensatie van het wegvallen van de salderingsregeling stelde de minister in juli 2026 voor om de maximale vierkante meterprijzen voor de EPV als volgt te verlagen:

Soort EPVniveauprijs per m2voorstelverschil
EPV 1.0niveau 1€ 1,89€ 1,43-24%
EPV 1.0niveau 2€ 1,59€ 0,98-38%
EPV 1.0niveau 3€ 1,35€ 0,75-44%
EPV 2.0basis€ 1,38€ 0,83-40%
EPV 2.0Hoog EGW€ 1,83€ 1,30-29%
EPV 2.0Hoog MGW€ 1,55€ 1,01-35%

In de praktijk valt ruim 80% onder de hoogste oude EPV 1.0 regel. Huurders betalen, zeker in gerenoveerde huurwoningen, meestal rond de 70% van het maximum. Per maand komt dat neer op ongeveer 120 euro energieprestatievergoeding. Tot 2023 hadden deze huurders daarnaast geen energiekosten, maar dat loopt nu hard op. Uit berekeningen blijkt dat de woonlastenstijging uiteindelijk €45 tot €60 per maand zal bedragen.

De Woonbond beoordeelt de voorgestelde compensatieregeling als onvoldoende. Lees daar meer over in dit nieuwsbericht van 17 juli 2026.