Meteen naar de content

Het mag best bozer

Huurpeil Het einde van de wooncrisis is nog niet in zicht, en in Den Haag lijken huurders ondertussen nauwelijks een prioriteit. Zijn we wel boos genoeg? En wat zouden de Woonbond en huurdersorganisaties kunnen doen om hun achterban te activeren? Abel Heijkamp van de Bond Precaire Woonvormen en emeritus-hoogleraar André Thomsen delen hun ideeën.
actievoerders tijdens de woonopstand in Rotterdam.
Demonstranten tijdens de Woonopstand in Rotterdam. Beeld: Jan Reinier van Vliet

Vijf jaar geleden, op zondag 12 september 2021, kwamen tienduizenden mensen samen in Amsterdam om te demonstreren tegen de wooncrisis. De demonstranten eisten van het toenmalige kabinet Rutte III – een kabinet zonder minister van Volkshuisvesting – oplossing voor de hoge huren, het tekort aan woningen en de toenemende werkloosheid.

Het Woonprotest werd ondersteund door tientallen maatschappelijke organisaties, waaronder de Woonbond. De grote opkomst en de massale steun op social media lieten zien dat het leed dat de wooncrisis veroorzaakt breed gevoeld wordt.

Uitzichtloos

Voor mensen die met smart wachten op een sociale huurwoning is de situatie nog steeds uitzichtloos. De prijzen in de vrije sector blijven het voorstellingsvermogen tarten en de dakloosheid neemt nog altijd toe. En hoewel de onvrede daarover groot is, en vrijwel iedereen het erover eens is dat het anders moet, lijkt het activistisch momentum dat de protestbeweging in 2021 had ver te zoeken.

Terwijl het Woonprotest wel degelijk succes heeft gehad, ook al heeft het de wooncrisis niet kunnen oplossen. Het is moeilijk te zeggen of de Wet goed verhuurderschap (2023) en de Wet betaalbare huur (2024) er helemaal niet waren gekomen zonder de protestbeweging, maar de publieke druk op de politiek om tot actie over te gaan heeft zeker geholpen.

Ondanks het feit dat we inmiddels wél een minister van Volkshuisvesting hebben lijken de grootse plannen voor het oplossen van de woningnood die ons tijdens de laatste verkiezingen werden voorgeschoteld ergens in het formatieproces verloren gegaan. De minister haalde door haar gestuntel in het begin van haar bewindsperiode nog weleens de kranten, maar sindsdien blijft het angstvallig stil vanuit Den Haag. De passieve houding van het kabinet ten aanzien van de wooncrisis die zo velen treft, doet de vraag rijzen of het niet tijd is om weer een wat meer activistische houding aan te nemen. Kunnen we op die manier niet de veranderingen af te dwingen waar wonend Nederland naar snakt? Individuele leden van de Woonbond joegen daarover intern het debat aan op de afgelopen persoonlijkeledenvergadering, en het is voor zowel de landelijke belangenbehartiging als lokale huurdersorganisaties relevant.

De Woonbond probeert op elk woondossier een voet tussen de deur te krijgen in Den Haag, en ondersteunt huurdersorganisaties in het hele land die met woningcorporaties om de tafel zitten en zo direct invloed proberen uit te oefenen op het beleid van corporaties. Dat is een belangrijke taak, maar de vraag is of dat voldoende oplevert. Moet de Woonbond daarnaast ook meer aan activisme doen?

Middel, geen doel

André Thomsen, emeritus-hoogleraar woningbeheer en een van de grondleggers van de Woonbond, vindt dat het best wat activistischer mag, maar plaatst wel direct een kanttekening. ‘Activisme is een middel’, zegt Thomsen. ‘Geen doel. Wat aan activisme voorafgaat is de vraag wat je wil bereiken. Ik kan me voorstellen dat er leden van de Woonbond zijn die graag meer activisme zouden zien. Vaak ligt daaraan ten grondslag dat zij bepaalde dingen willen die in hun ogen niet genoeg worden opgepakt. De discussie over je doelen, en hoe je die wil bereiken, moet altijd actief gevoerd worden.’

Een organisatie die actie op het gebied van wonen in ieder geval niet schuwt, is de Bond Precaire Woonvormen (BPW). Die vereniging strijdt met kleine en grote acties voor het recht op wonen. De bond organiseert demonstraties en petities, en organiseert huurders in solidariteitsnetwerken. Daarnaast staat de BPW aan de wieg van grotere protestacties als de Woonopstand en Wij Weigeren de Huurverhoging. 

Abel Heijkamp van de BPW noemt activisme ‘een van de manieren om ongelijkheid en de wooncrisis aan te pakken.’ Volgens Heijkamp is activisme simpelweg hard nodig. ‘De politiek komt er niet uit’, zegt hij. ‘De sociale partners komen er niet uit door te polderen. De wachtlijsten groeien, de woononzekerheid blijft, dakloosheid wordt niet uitgeroeid voor 2030. Daarom is er buitenparlementaire druk nodig om de politiek te bewegen de keuzes te maken die goed zijn voor hurend Nederland en woningzoekend Nederland.’

Handelingsperspectief

Heijkamp gelooft dat activisme op woongebied naast lobbywerk moet bestaan. ‘Dat is echt nodig. Naast goede analyses, perswoordvoering en lobby heb je activisme gewoon nodig. Het is niet of-of, maar en-en. De woonprotesten van een paar jaar geleden hebben tot gevolg gehad dat er wetten zijn aangepast, dat kwam echt door de brede maatschappelijke druk. Activisme is een grote beweging die mensen zich laat uistpreken, en die handelingsperspectief biedt. Dit is het moment om dat te doen want we gaan terug in de tijd met meer dure huur, tijdelijke contracten en dakloosheid die niet wordt aangepakt. We willen dat het morgen geregeld is. We moeten de druk opbouwen, op de politiek en op de markt.’

In het opbouwen van die druk op de politiek en de markt kunnen ook huurdersorganisaties een rol spelen. Met hulp van de Woonbond hebben huurdersorganisaties de afgelopen jaren een sterke positie aan de onderhandelingstafel verworven, die ook in wettelijke kaders is vastgelegd. Volgens André Thomsen is het belangrijk dat die positie optimaal gebruikt wordt. Het contact met de achterban – de huurders – kan volgens hem daarbij soms wel beter. ‘Ik kom nog steeds veel in buurten, vooral in gebieden waar gesloopt wordt. Daar hebben bewoners vaak nauwelijks contact met de plaatselijke huurdersverenigingen.’

Bravoure

Ook Abel Heijkamp ziet dat het soms wel wat activistischer mag bij huurdersorganisaties. ‘Daar is toch vaak het idee: we willen wel in gesprek blijven, en de verhouding met corporaties niet verstoren. Er is angst, terwijl je wettelijk gewoon beschermd bent om advies te geven. Het plekje aan de onderhandelingstafel is gegarandeerd, soms is de houding wat te gereserveerd. Je wint niet als je bang bent om te verliezen. Je moet met bravoure naar voren treden en als het niet lukt om te krijgen wat je wil moet er een escalatieladder zijn. Anders ben je een tandeloze tijger. Welk activistisch pad je daartegenover zet, moet je zelf bepalen. Elke huurdersorganisatie moet zich afvragen: wat vinden we belangrijk en wat gaan we doen als we dat niet bereiken?’

Als huurdersorganisatie moet je je volgens Heijkamp dus afvragen wat de stappen zijn die je kunt zetten als onderhandelingen niet het gewenste resultaat opleveren. ‘De tactiek die wij hanteren is: organiseren, mobiliseren, publiceren, confronteren’, zegt hij.

Zorg eerst dat je eigen organisatie goed op orde is, dat mensen binnen die organisatie weten wat de doelstellingen zijn, en dat er samen naar een doel wordt toegewerkt. Door zoveel mogelijk mensen in de achterban te mobiliseren, kun je de druk verhogen. Denk hierbij bijvoorbeeld ook aan het organiseren van een petitie om je standpunten kracht bij te zetten. Door zelf te publiceren over je werk en door (lokale) media in te schakelen kun je proberen de druk nog verder op te voeren. Door demonstraties of andere zichtbare acties op te zetten maak je duidelijk dat je voor je standpunten blijft staan. Hierbij geldt uiteraard dat acties proportioneel en redelijk moeten zijn.

Deze zomer nog organiseerde de Bond Precaire Woonvormen een protest voor de deur van een vastgoedontwikkelaar in Den Bosch. Die ontwikkelaar zette veertien huurders zonder pardon uit hun woning, om plaats te maken voor nieuwe koopwoningen. Het protest zorgde voor veel media-aandacht, onder meer van landelijke media, waarop de verhuurder opnieuw met de huurders in gesprek ging om tot een oplossing te komen. Bij het verschijnen van dit artikel is de uitkomst van die gesprekken nog niet bekend.

Datzelfde geldt volgens Heijkamp overigens ook voor woningcorporaties, en de manier waarop die zich opstellen. ‘Huurdersorganisaties zitten vast in systeem, maar ook corporaties kunnen veel activistischer zijn richting Den Haag. Na het grote woonprotest is de verhuurdersheffing bijvoorbeeld ook van tafel gegaan.’

Leden activeren

Zowel Heijkamp als Thomsen zien voor de Woonbond een rol weggelegd in het ondersteunen van huurdersorganisaties bij het mobiliseren van hun achterban. Heijkamp denkt dat de Woonbond zelf het activisme onder leden zou kunnen aanwakkeren.

‘De Woonbond is de grootste huurdersorganisatie van Nederland’, merkt hij op. ‘De Woonbond representeert 1,7 miljoen mensen en heeft ook nog duizenden persoonlijke leden. Activeer ze. Al is het maar één procent. Dat kan denk ik ook. Een levende organisatie biedt platform aan wat leden willen. Door het activistische gevoel bij leden aan te wakkeren kunnen dingen gaan leven en vernieuwen. We moeten voorkomen dat corporaties en huurdersorganisaties fossielen uit het verleden worden. Daar hoort een nieuwe strijd bij zodat jongeren ook weer in beweging komen en zich met die strijd identificeren. Zij identificeren zich niet met polderen, maar willen actie.’

Volgens Heijkamp is samenwerking, onderling en met andere organistaties, daarbij onontbeerlijk. Wij krijgen in isolement ook niks voor elkaar. Wat ik wel weet is dat je moet samenwerken met andere partijen. Dan kan je iets creëren. Probeer samen te werken en van elkaar te leren.’

Die samenwerkingen kunnen verschillende vormen aannemen. Zo werkt de Bond Precaire Woonvormen samen met het Kansfonds, een organisatie die zich inzet voor het terugdringen van dakloosheid in Nederland. Een ander voorbeeld van een samenwerking is het aankomende Woonopstand-protest van 10 oktober. Verschillende organisaties, waaronder de Woonbond en de Bond Precaire Woonvormen, slaan hierbij de handen ineen om zoveel mogelijk mensen op de been te krijgen.

Bewust huren

Volgens Thomsen is het voor het aanwakkeren van het activisme onder huurders tot slot ook een goed idee om het bewustzijn onder huurders over hun positie een nieuwe draai te geven. ‘Ik begin die discussie vaak met de vraag: waarom zou je huurder willen zijn?’ zegt hij. ‘Een heleboel mensen zeggen dan: dat wil ik niet, maar er is geen andere keus. Maar iedereen wil zeggenschap over zijn eigen woning. Je thuis is je referentiekader. Het huis waar je woont is jóuw eigen huis, en niets anders. Ook als je huurt. Daar moeten we het over hebben. Huurders zeggen nu vaak: huren is de enige manier om een dak boven ons hoofd te hebben. Die underdogpositie moet bevraagd worden. Door de jaren heen is huren een kwestie van projectontwikkeling geworden, het lijkt soms wel alsof het niets meer met wonen te maken heeft. Dat moet veranderen. En uiteindelijk wil je misschien toe naar andere woonvormen, waarin we kunnen wonen zonder afhankelijk te zijn van het grootkapitaal.’

Maar voor het zover is, moeten huurders staan voor hun rechten. ‘Ik zie elke dag mensen kapotgaan door de wooncrisis’, zegt Heijkamp. ‘Dat zou iedereen, de Woonbond, huurders, de politiek, veel meer moeten activeren. Ik zie weinig van de boosheid. En als ik het al zie, dan gaat het vaak om mensen die bijvoorbeeld online hun emotie uiten. Ik pleit voor georganiseerde boosheid, waar je echt iets mee kan. Van petities tot kleine demonstraties tegen huisuitzettingen, en van rechtszaken tegen huisjesmelkers tot grote woondemonstraties. Het is niet één ding dat helpt, maar een beweging. Mensen moeten daarbij zelf kiezen welke vorm bij hen past. Maar zoals het nu gaat dringt de urgentie van hoe erg de wooncrisis uit de hand is gelopen niet genoeg door tot de politiek.’

Activisme bij de Woonbond

Woonbond Jongeren stelt zich activistisch op. Het jongerennetwerk van de Woonbond, dat zich richt op huurders en woningzoekenden tot pakweg 35 jaar, organiseert onder meer petities en actiebijeenkomsten, speciaal voor de jongere doelgroep.

Woonbond Jongeren is trekker van de Landelijke Jongerencoalitie Wonen, een samenwerking van meerdere jongerenorganisaties die jaarlijks met de minister om de tafel gaat om het te hebben over de woonsituatie van jongeren. Ook is Woonbond Jongeren aangesloten bij de coalitie Woonopstand en is het medeorganisator van het landelijke woonprotest op 10 oktober (Wereld Dakloze Mensen Dag).