Meteen naar de content

Huurders met koopwoningen wekken verontwaardiging

Huren en recht Sociale huurders die een of zelfs meerdere koopwoningen bezitten roepen veel verontwaardiging op. Maar binnen deze 12.000 gevallen zitten veel verschillen.
Een rijtje woningen.

Het Centraal Planbureau (CPB) heeft onderzocht dat van alle sociale huurders in Nederland ongeveer 12.000 een koopwoning bezitten. Dit komt neer op 0,5% van alle huurders bij woningcorporaties. De reden waarom het CPB dit naar buiten bracht is omdat het ‘botst met de doelstelling van corporaties’.

Meeste huurders met koophuis verhuren dit niet

Ongeveer een derde van deze 12.000 sociale huurders blijkt hun koopwoning(en) te verhuren. Oftewel minder dan 0,2% van alle sociale huurders. In andere gevallen heeft de sociale huurder bijvoorbeeld een koopwoning geërfd en is daar niet gaan wonen. Of de huurder is slechts mede-eigenaar van een woning en heeft er geen toegang toe. Dat kan de uitkomst zijn als een echtpaar met een koopwoning na een scheiding besluit dat de ene partner naar een huurhuis verhuist. Officieel bezit deze huurder dan nog een koophuis. Ook kan het gaan om woningen die leegstaan of nog verbouwd worden.

Niet focussen op 0,2% om wachtlijsten op te lossen

De Woonbond vindt het vanzelfsprekend dat mensen met een koopwoning daar ook gaan wonen, in plaats van deze te verhuren en zelf een sociale huurwoning aanhouden. Het is niet uit te leggen aan woningzoekenden die al jarenlang op de wachtlijst staan.

Directeur Zeno Winkels: ‘Maar om die wachtlijsten op te lossen, moeten we ons niet blindstaren op deze 0,2% van de woningvoorraad. Deze cijfers zijn een extra reden om zo snel mogelijk de winstbelasting voor woningcorporaties af te schaffen, zodat zij meer sociale huurwoningen toe kunnen voegen. Dat zet meer zoden aan de dijk.’

Meerdere woningen bezitten tijdens wooncrisis?

Ook roepen de CPB-cijfers een vraag op naar de logica wanneer sommige mensen naast hun eigen woning een tweede of derde woning bezitten, terwijl anderen niet eens in hun grondrecht op wonen voorzien zijn. In veel gevallen worden deze tweede woningen namelijk niet volledig benut. Bij gebruik als vakantiewoning of als pied-à-terre staan deze woningen een groot deel van de tijd leeg. Zolang niet iedereen in Nederland een eerste huur- of koopwoning heeft, vindt de Woonbond het op z’n minst onwenselijk als sommigen meerdere woningen in gebruik hebben. Directeur Winkels: ‘Of het nu sociale huurders zijn of eigenaar-bewoners, zodra ze te veel woningen hebben zal er bij beide sprake zijn van woonschaamte.”