Woonlasten in regio Amsterdam blijven stijgen

Uit het tweejaarlijkse onderzoek Wonen in de Metropoolregio Amsterdam blijkt dat huurders in en rondom de hoofdstad in 2025 gemiddeld 27% van hun netto‑inkomen aan huur betaalden. Daarin is de huurtoeslag meegerekend. Maar binnen dat gemiddelde zitten veel verschillen.
Meeste sociale huurders iets minder kwijt aan huur
Binnen de sociale huursector neemt wel de gemiddelde woonquote iets af. De groep sociale huurders die minder dan 30% van het inkomen aan woonlasten uitgeeft blijkt iets te groeien. Maar ondanks deze verbeteringen betaalt nog steeds 16% van de sociale huurders minstens 40% van hun inkomen aan woonlasten.
Tekort aan sociale huur blijft groot
Ook blijft het tekort aan sociale huurwoningen groot. Hierdoor wonen veel mensen met een laag inkomen noodgedwongen in te dure middenhuurwoningen en in de vrije sector. De problemen stapelen zich dan ook vooral op in de middenhuur en de vrije sector.
Te hoge woonlasten in middenhuur
In de middenhuur blijkt 40% van de huishoudens een inkomen te hebben waarmee ze toegang zouden hebben tot een sociale huurwoning. Hierdoor is hun woonquote erg hoog.
Noodgedwongen in vrije sector
Ook in de vrije sector nam het aandeel huishoudens met een laag inkomen toe. Slechts 44% van de huishoudens in de vrije sector heeft een inkomen dat volgens de normen zou passen bij deze dure huursector. Alle overige huishoudens zijn naar verhouding veel inkomen kwijt aan woonlasten.
Huiseigenaren lagere woonquote
Dit allemaal in tegenstelling tot woningeigenaren. Zij besteedden in 2025 gemiddeld 16% van hun inkomen aan hypotheeklasten. Voor huishoudens die recent een woning kochten ligt dit overigens wel hoger. Die besteden daar gemiddeld 25% van het inkomen aan.
Wat betekenen deze cijfers volgens de Woonbond?
De Woonbond trekt twee belangrijke conclusies uit dit onderzoek. De eerste is dat de grote vraag naar meer middenhuur en vrije sectorwoningen, zoals beleidsmakers vaak stellen, overtrokken is. In de dure middenhuur en vrije sector blijken veel mensen te wonen die qua inkomen toegang moeten hebben tot een sociale huurwoning. Maar door het woningtekort wijken ze uit naar duurdere woningen. De oplossing is dus niet meer dure huurwoningen creëren, maar juist meer sociale huurwoningen.
De tweede conclusie is dat de gemiddeld lagere huurquote in de sociale huursector een vertekend beeld geeft. Het lijkt positief en het zal voor veel huishoudens ook daadwerkelijk goed uitpakken. Maar het zegt niets over de uitschieters. Een gezin dat meer dan 40% van zijn inkomen kwijt is aan woonlasten heeft er niets aan dat de gemiddelde woonquote lager is geworden. Daarom is de gemiddelde woonquote slechts een indicatie en nooit een bevestiging dat de woonlasten van huurders in orde zouden zijn.