Meteen naar de content

Hoe Europa kan helpen de huizencrisis op te lossen

Huurpeil De meeste lidstaten van de Europese Unie kampen met hoge huren en woningtekorten. Daarom stemde het Europees parlement in maart in met een Europees Plan voor Betaalbare Huisvesting, hoewel volkshuisvesting eigenlijk geen EU-aangelegenheid is. ‘Ik ben heel blij dat de regels voor staatssteun versoepeld zijn’, zegt Europarlementariër Brigitte van den Berg.
Brigitte van den Berg in het Europees Parlement in Straatsburg.

Niet alleen Nederland zucht onder de wooncrisis. In heel Europa stijgen de huren, vooral in grote steden. Het tekort aan betaalbare woningen zorgt in vrijwel alle lidstaten van de EU voor hoofdbrekens. Maar ook al zijn de woonproblemen in Europa zo alom tegenwoordig, huisvesting is geen officiële bevoegdheid van de EU – het is iets voor de landelijke en lokale overheden. Toch werd in maart met een grote meerderheid het Europees Plan voor Betaalbare Huisvesting aangenomen in het Europees parlement.

De Nederlandse Europarlementariër Brigitte van den Berg werkte de afgelopen anderhalf jaar mee aan de ontwikkeling van het plan, als lid van de ‘bijzondere commissie inzake de huisvestingscrisis in de Europese Unie’. In de werkgroep zitten Europarlementariërs uit alle lidstaten, die zich in die rol onder meer bezighouden met de aanpak van de wooncrisis in heel Europa. Zij stellen in hun plan maatregelen voor die de oververhitte woonsituatie in de hele Europese Unie moeten verlichten. Het is de bedoeling dat de Europese Commissie, die de Europese wetten voorstelt, met het plan aan de slag gaat om daadwerkelijke verandering te bewerkstelligen.

Dat actie nodig is, blijkt ook uit de cijfers. Tussen 2010 en het eerste kwartaal van 2025 stegen de huurprijzen in de EU met gemiddeld 27,8 procent. Alleen in Griekenland werd huren in die periode iets lager. In sommige landen lag de stijging juist ver boven het gemiddelde: Estlandse huren stegen in dezelfde periode met meer dan 200 procent. Ook in Nederland lag de stijging met zo’n 50 procent in deze periode ver boven het EU-gemiddelde. Behalve stijgende huurprijzen is ook de afnemende sociale woningvoorraad in Europa reden tot zorg. In 2021 waren er ongeveer 14 miljoen sociale woningen in de EU. Dat was amper 8 procent van het totale woningbestand en een daling ten opzichte van de 11 procent in 2010.

Maar om er wat aan te doen loopt de Europese politiek tegen beperkingen aan: de Europese wooncrisis is een veelkoppig monster: er spelen verschillende problemen, met verschillende oorzaken. Die problemen moeten vooral op nationaal en lokaal niveau bestreden worden. Toch kan Europa wel degelijk helpen, stelt Brigitte van den Berg.

Waarom is het Europees parlement zich gaan bezighouden met huisvestingsproblemen in lidstaten?  
‘De commissie is anderhalf jaar geleden, na de laatste Europese verkiezingen, opgericht, omdat in zo ontzettend veel Europese lidstaten wonen een gigantische crisis is. En zoals onze commissievoorzitter Ursula van der Leyen in haar laatste state of the union zei: ‘If it’s a problem for Europeans, it’s a problem for Europe.’ Als het een zorg van de Europeanen is, en dat is het, dan moeten wij als Europees parlement kijken hoe we ons steentje kunnen bijdragen. Niet met de illusie dat wij de huidige huizencrisis in ons eentje gaan oplossen, want we hebben eigenlijk als Europa helemaal niet zo veel competentie op dat vlak. Dat is ook goed, want ik denk dat je veel dingen lokaal of regionaal kunt oplossen.

Maar wat we wel kunnen doen is kijken of Europese regels niet in de weg zitten. Want doordat wij als Europa niet direct gaan over wonen, houden we misschien ook wat minder rekening met de wooncrisis als we regels maken. Met die intentie hebben we de Housing Committee opgericht. Om vooral te kijken wat Europa wél kan bijdragen aan het oplossen van de woningcrisis, waar het wel raakt aan de competenties die Europa heeft, en waar Europa misschien een beetje in de weg loopt.’

De regeldruk is echt iets waar we als Europa aan kunnen werken

Wat is het grootste woonprobleem in Europa?
‘Er zijn in Europa heel veel totaal verschillende huizenmarkten. In sommige landen is er totaal geen sociale huur. In andere landen zit je altijd op een tijdelijk contract en sta je na het aflopen van dat contract enorm onder druk om meer huur te gaan betalen, want voor jou tien anderen. Weer andere landen hebben het probleem dat er een slechte balans is tussen woningbezit en huur.

Maar er zijn ook overeenkomsten. In alle landen wordt geklaagd over procedures, vergunningverlening die ontzettend traag kan zijn, en grote tekorten aan vakmensen en materialen om nieuwe woningen te bouwen. Dat zijn overkoepelende thema’s. Daarnaast zitten er knelpunten in het financieren van woningbouw, waar we met de Europese banken naar moeten kijken. In Spanje is kraken nog steeds een groot thema, zeker in bepaalde politieke kringen. En short term rentals zoals Airbnb’s zijn, met name in grote steden als Amsterdam, Parijs of Barcelona, een belangrijk onderwerp.

Omdat die verschillen per lidstaat zo groot zijn, moet je onze rol ook wel als redelijk beperkt zien. Daarom focussen we op waar Europa wél echt iets kan doen. De verleiding is groot om allemaal nationale problemen te gaan oplossen op Europees niveau, maar het zou weleens kunnen dat we dan meer problemen veroorzaken in andere lidstaten.

De regeldruk is wel echt iets waar we als Europa aan kunnen werken. Waar ik heel blij mee ben, is dat de regels voor staatssteun versoepeld zijn. Dat is ook voor Nederland essentieel. Die verandering is ook al eerder aangenomen door het Europees Parlement, nog voordat het plan af was.’

Wat houdt de versoepeling van staatssteun in?
‘Waar het om gaat, is dat woningcorporaties tot voor kort alleen gunstig mochten lenen, met het garantiefonds als achtervang, om sociale huurwoningen te bouwen. Nu kunnen ze dat ook voor de middenhuur gaan doen. Ze mogen nu dus ook geld lenen met dat garantiefonds om middenhuurwoningen te gaan bouwen. Dat werd eerder gezien als staatssteun, omdat het concurrentie kan zijn voor de gewone huizenmarkt. Maar die regels heeft Europa aangepast, op verzoek van onder meer Nederland. Dat is een heel concreet en mooi resultaat. Het kan volgens cijfers van Aedes tot wel vijfduizend woningen per jaar schelen, die extra gebouwd kunnen worden dankzij deze regelwijziging.’

Doordat Europa niet direct gaat over wonen, houden we misschien minder rekening met de wooncrisis als we regels maken

Je hebt het over de Europese regeldruk, maar die regels zijn er misschien ook niet voor niets. Hoe zorg je dat je de veiligheid, duurzaamheid en bijvoorbeeld het stikstofbeleid niet uit het oog verliest bij het versoepelen van de regels?
‘We gaan niet in het wilde weg regels schrappen. Sommige partijen hadden dat trouwens wel graag gewild. Die wilden bijvoorbeeld deze gelegenheid aanpakken om allerlei natuurregels te schrappen, die zijn bedoeld voor de bescherming van grond, mensen of dieren, en om aan isolatie- en energieregels te morrelen. Maar dat wil onze partij niet.

We willen nu een compromis bereiken waarin de commissie eerst een analyse moet doen, en dan echt moet kijken wat de impact is op de woningbouw, voordat we met voorstellen komen om daadwerkelijk regels aan te passen of te schrappen.’

Dus er gaan geen duurzaamheidseisen overboord bij het schrappen van regels?
‘Het heeft echt helemaal geen zin om in de paniek om maar zoveel mogelijk te bouwen de duurzaamheidseisen los te laten. Want dan zit je over een paar jaar weer met hetzelfde probleem. Omdat je dan slechte huizen gaat bouwen. Of omdat je een situatie krijgt waarin er wel huizen zijn, maar waarvan mensen de energierekening niet meer kunnen betalen omdat ze te slecht geïsoleerd zijn. We moeten ook echt nadenken over hoe we huizen bouwen die toekomstbestendig zijn. Er gaat natuurlijk heel veel veranderen in de leefomgeving, door de serieuze klimaatverandering die al gaande is, maar er nog meer aankomt.

Wij zoeken het vooral in: hoe kan het simpeler? Er bestaat in Nederland bijvoorbeeld een ingewikkeld managementplan om te achterhalen of er vleermuizen in je huis zitten als je het wil gaan isoleren. Daar moeten we niet mee stoppen, want de vleermuizen moeten beschermd worden, maar we willen wel kijken hoe we zo’n proces simpeler kunnen inrichten, zodat er meer snelheid in kan komen.’

En de stikstofregels? Die worden ook vaak genoemd als een belemmering voor de bouw van nieuwe woningen.
‘De stikstofdiscussie is met name in Nederland heel precair omdat we ons veel te lang niets hebben aangetrokken van de regels die we in Europa hebben gemaakt. We zijn veel te lang de uitzonderingen blijven opzoeken. Het stikstofprobleem in Nederland zit hem met name in de landbouw, niet in de woningbouw. De EU zegt tegen Nederland, en dat is denk ik wel terecht, ‘regels zijn regels’. De stikstofmaatregelen zijn gewoon nodig.

Het zou kunnen dat Europa zegt: de woningnood is zo hoog dat we bij hoge uitzondering een uitzondering zouden kunnen maken, maar dan moet er op een andere plek wel heel duidelijk en heel direct gecompenseerd worden. Maar de ruimte in Nederland is daarvoor heel beperkt. We hebben duidelijke opties om stikstofuitstoot te reduceren, maar dat gebeurt niet. De oplossing zit hem niet in andere regels voor de woningbouw, maar in het reduceren van de stikstofuitstoot op andere vlakken.’

Een andere vraag is hoe de woningbouw in Europa aantrekkelijker gemaakt kan worden voor investeerders. Welke rol speelt Europa daarin?
‘Ook bij het aantrekkelijker maken van de woningmarkt voor investeerders gaat het vooral over de processen. Hoe kan het proces zo open mogelijk vormgegeven worden, en hoe kan de vergunningsver lening worden versoepeld? Daar moeten de Europese investeringsbanken naar kijken. Het lijkt nu zo te zijn dat ook bij vrij kleine bedragen er toch heel grote processen aan investeringen vastzitten. Dat moet echt anders, zodat de drempel om te investeren lager wordt.

De versoepeling van de staatssteunregels was binnen een jaar geregeld

Je noemde ook het gebrek aan mensen om de huizen die nodig zijn daadwerkelijk te bouwen. Wat kan de EU daaraan doen?
‘Het tekort aan vakmensen is iets waar ik ook buiten de woningbouw heel druk mee bezig ben. Dat speelt in allerlei sectoren. Ook in bijvoorbeeld de techniek, transport, de zorg en IT. Het tekort aan skills-gedreven arbeid laat zien dat Europa echt moet gaan investeren in opleidingen. Europa moet er bovendien voor zorgen dat het aantrekkelijker wordt om een technische opleiding te volgen, zowel financieel als cultureel.

Er moet gewerkt worden aan een grotere waardering voor vakmensen, en hun positie in de maatschappij. Er moeten kansen gecreëerd worden voor studenten zodat het aantrekkelijker wordt om mbo-opleidingen te gaan doen. Het onderwijs wordt nu heel erg gezien als een ladder die je steeds hoger moet beklimmen. Van het mbo naar het hbo en dan misschien wel naar de universiteit. Ik denk dat het even normaal zou moeten zijn om van een hbo-opleiding naar het mbo over te stappen, omdat je een technisch vak wil leren. We moeten investeren in omscholing en bijscholing voor mensen die hun carrière willen veranderen.

Een andere manier om het tekort aan technische vaardigheden te ondervangen is door de zogenoemde Union of Skills. Een samenwerking waarin die vaardigheden centraal staan. Als je nu een bachelor- of masterdiploma hebt, heeft dat op heel veel plekken in heel Europa dezelfde waarde. Maar voor beroepsdiploma’s geldt dat veel minder. Ik denk dat het goed zou zijn als we ervoor kunnen zorgen dat beroepsdiploma’s ook in heel Europa geldig zijn, zodat je met zo’n diploma ook in heel Europa aan de slag kan. Er liggen wel uitdagingen, in verschillende landen gelden bijvoorbeeld verschillende eisen op het gebied van techniek en veiligheid. Dat is niet makkelijk om op elkaar af te stemmen, maar daar moeten we in Europa echt werk van maken.’

De EU heeft als bestuurslaag weleens de naam om nogal stroperig te zijn. De wooncrisis is natuurlijk een heel actueel en acuut probleem. Hoe zorg je ervoor dat de verandering die zo hard nodig is er snel komt?
‘Het plan voor de versoepeling van de staatssteunregels was binnen een jaar geregeld. Ik denk dat dat een mooi voorbeeld is van hoe snel het kan gaan. Na de zomer komen er al verschillende voorstellen over het investeren in vaardigheden, waar ik het over had. Die voorstellen zijn gericht op ‘skills portability’. We willen ervoor zorgen dat je makkelijker met je vaardigheden over de grens aan het werk kunt. In dat soort dingen zit best tempo.

Met het oog op de snelheid denk ik dat Europa zich vooral niet moet gaan bemoeien met vergunningsaanvragen en het optuigen van allerlei ingewikkelde fondsen. Als je dat doet leidt dat alleen maar tot weer meer processen. We moeten heel goed kijken wat je beter aan de lidstaten en gemeentes kunt overlaten, en alleen doen wat helpt.’

© EU/Denis Lomme

Brigitte van den Berg (37) is sinds juli 2024 lid van het Europees parlement namens D66. In de bijzondere commissie voor huisvesting in Europa onderhandelde ze namens de Europese fractie RENEW, waar D66 toe behoort, over het woonrapport dat het parlement daarna opleverde. Ze houdt zich daarnaast bezig met werkgelegenheid en sociale zaken. Eerder was ze actief in de gemeenteraad en als wethouder in Beverwijk.

Dit artikel verscheen in het vakblad voor de huursector, Huurpeil, editie 2 van 2026.