We krijgen nog veel last van het volle stroomnet

In het Paleiskwartier in Den Bosch zouden in de zomer van 2025 honderden nieuwe woningen worden opgeleverd. Huurders stonden te trappelen om hun nieuwe appartementen te betrekken, maar hun geduld werd op de proef gesteld. De oplevering duurde maanden langer. De reden: het stroomnet was vol. Door een gebrek aan capaciteit op het elektriciteitsnet konden de woningen pas aan het eind van het jaar stroom krijgen, dus moesten de nieuwe bewoners maanden wachten op hun nieuwe woning.
De file op het stroomnet zorgt in heel Nederland voor vertraging van nieuwbouwprojecten. Bouwers, bewoners én bedrijven staan in de wachtkamer, en voorlopig is het einde van de problemen nog niet in zicht. Maar niet alleen nieuwbouwprojecten leiden onder het volle stroomnet, ook verduurzamingsprojecten en zittende huurders krijgen ermee te maken. Zo wordt stroom vanaf 2028 op piekmomenten duurder.
1. Wat is dat eigenlijk, een vol stroomnet?
In Tilburg sprongen afgelopen juni al alle seinen op rood. Het stroomnet leek plotseling zo zwaar te worden belast, dat de netbeheerder besloot tijdelijk de stroom op een deel van het net uit te schakelen, uit angst dat er ergens een kabel door zou branden of kortsluiting zou ontstaan. 18.000 huishoudens zaten tijdelijk zonder stroom, en ook stoplichten werkten niet. Uiteindelijk bleek het te gaan om een softwarefout – het stroomnet was niet écht in gevaar – maar het is tekenend voor de situatie op het net.
Het stroomnet kan zo vol raken, dat overbelasting dreigt. Dat heet netcongestie. Alle stroomkabels en verdeelstations kunnen maar een bepaalde hoeveelheid stroom tegelijk verwerken. Bij netcongestie stroomt er meer elektriciteit door een kabel of transformator dan hij aankan. De kabel raakt oververhit en kan stuk gaan. Netbeheerders moeten dat zien te voorkomen.
Over het algemeen ligt de hoeveelheid stroom die wordt verbruikt of opgewekt ver onder het kritische punt. Netcongestie is vooral een probleem omdat het stroomgebruik en in toenemende mate ook de opwekking niet constant zijn. En de netbeheerders moeten uitgaan van voldoende capaciteit bij de hoogste te verwachten piekmomenten. Eén piek van overbelasting kan het net namelijk al beschadigen en de elektriciteit in een heel gebied platleggen, met kostbare reparaties tot gevolg. In het uiterste geval kan een netbeheerder bij een dreigende stroompiek beslissen om de stroom tijdelijk uit te schakelen, om erger te voorkomen. Zoals in Tilburg, al bleek het daar dus te gaan om een softwarefout: de systemen gaven aan dat er een te hoge gebruikspiek dreigde, terwijl dat eigenlijk niet het geval was. Maar dat zulke situaties wel degelijk kunnen voorkomen, geeft aan dat het probleem serieus is.
Netcongestie speelt overal in Nederland. Het platform Partners in Energie publiceert regelmatig een capaciteitskaart, die toont waar in Nederland afname- en terugleveringsproblemen spelen. Op de meest recente afnamekaart is vrijwel heel Nederland rood: daar is een tekort aan capaciteit, met een wachtrij voor aansluitingen tot gevolg. Alleen op de Maasvlakte bij Rotterdam en in delen van Noord-Nederland, met name aan de grens met Duitsland, is er nog enige ruimte op het net. De situatie voor teruglevering is niet veel beter, al is in de Randstad en in delen van Zeeland nog beperkte teruglevercapaciteit.
Let wel, netcongestie is dus geen gebrek aan stroom. Er is voldoende elektriciteit, het probleem zit hem alleen in de infrastructuur die de stroom op de plekken brengt waar die nodig is.
2. Vooral bedrijven gebruiken toch veel stroom, niet zozeer woningen?
Er is niet één oorzaak aan te wijzen voor de netcongestie. Het algehele energieverbruik in Nederland is de afgelopen 25 jaar behoorlijk afgenomen. Olieraffinaderijen en auto’s gebruiken minder olie, huizen zijn beter geïsoleerd en veel apparaten zijn zuiniger geworden. Zo gebruikt ledverlichting veel minder energie dan ouderwetse gloeilampen. Maar de daling van het energieverbruik stagneert de laatste jaren, zuinigere apparaten kunnen niet voorkomen dat we steeds meer elektriciteit gebruiken.
Warmtepompen en het opladen van elektrische auto’s zorgen voor een stijging van het stroomverbruik, en ook bedrijven gebruiken veel meer stroom. Vooral datacenters zijn grootverbruikers van elektriciteit. De overheid en netbeheerders hebben in de afgelopen jaren te weinig ingespeeld op die verandering. Op veel plekken is de capaciteit daardoor nu onvoldoende, waardoor congestie ontstaat.
Daarnaast is het stroomnet op veel plekken verouderd. Kabels en transformatoren zijn aan onderhoud en vervanging toe. Bovendien is het grootste deel van het stroomnet aangelegd in een tijd dat de stroom maar één kant op ging: van elektriciteitscentrales richting de gebruikers. Maar met de komst van onder meer zonnepanelen die terugleveren aan het energienet, komt er nu ook stroom vanuit huishoudens het net op. Daar is het stroomnet op sommige plekken niet op berekend.
3. Kunnen we dan wel doorgaan met nieuwe woningen bouwen?
Op sommige plekken is het stroomnet zo vol dat er geen nieuwe woningen of bedrijven kunnen worden aangesloten. In bijvoorbeeld de regio Eindhoven krijgen woningen op sommige plekken geen voorrang meer en geldt er voor bepaalde wijken een aansluitstop. Dat wil zeggen dat nieuwe woningen en bedrijven helemaal niet meer op het stroomnet kunnen worden aangesloten. Nieuwe woningen bouwen is daar dus een flinke uitdaging, want zonder stroom kunnen woningen niet bewoond worden.
In vrijwel heel Nederland bestaat er een wachtlijst voor aansluitingen op het stroomnet, die geldt voor zowel woningen als bedrijven. Tot voor kort kregen woningen met een kleinverbruikersaansluiting bijna overal gegarandeerd aansluiting. Sinds 1 juli is dat niet meer zo. Nieuwe regels bepalen in welke volgorde de stroomaansluitingen worden verdeeld. Woningen hebben daarin niet de hoogste prioriteit: bedrijven die juist ruimte op het net vrijmaken, bijvoorbeeld als ze stroom opslaan, krijgen voorrang en ook instanties als de politie, brandweer, gezondheidszorg en defensie gaan vóór woningen.
Te veel vraag of te veel aanbod?
Het hoogspanningsnet is als een snelweg. Daarmee wordt stroom in grote volumes over het hele land verspreid. In verdeelstations, vaak aan de rand van steden, wordt de spanning teruggebracht naar middenspanning. Via het middenspanningsnet, vergelijkbaar met provinciale wegen, wordt de elektriciteit naar wijken getransporteerd. Daar verlagen transformatoren de spanning tot laagspanning. Vanuit het transformatorhuisje wordt de stroom via een lokaal stroomnet (vergelijkbaar met lokale wegen) naar huizen en bedrijven gebracht, waar je het via het stopcontact kan gebruiken.
Netcongestie bestaat in twee varianten: afnamecongestie en opwekcongestie. Bij afnamecongestie is er meer vraag naar elektriciteit dan het stroomnet aankan. De meeste stroom wordt gebruikt tussen de namiddag en 21.00 uur ’s avonds. Veel mensen komen dan thuis van werk, laden hun elektrische auto op, doen de was en gebruiken andere huishoudelijke apparaten. Op piekmomenten, als heel veel mensen of bedrijven tegelijk veel stroom willen gebruiken, moet er dan meer stroom door de kabels dan zij kunnen hebben, waardoor er problemen ontstaan. Dat is de meest voorkomende vorm van netcongestie.
Daarnaast bestaat er de zogeheten opwekcongestie. Dan wordt er meer energie opgewekt dan het stroomnet kan hebben. De hoeveelheid stroom in elektriciteitscentrales wordt nauwkeurig gecontroleerd. Maar bij zonnepanelen en windmolens ligt dat anders. Op een plek waar veel zonnepanelen liggen, kan op een zonnige dag meer energie worden opgewekt dan het stroomnet aankan.
4. Hoe hebben bestaande woningen hinder van netcongestie?
Ook voor wie nu al een woning heeft kan de netcongestie gevolgen hebben, bijvoorbeeld voor de plaatsing van een warmtepomp. Omdat een volledig elektrische warmtepomp veel stroom verbruikt, wordt vaker gekozen voor hybride warmtepompen, die een stuk minder elektriciteit gebruiken. Woningcorporaties die met verduurzaming bezig zijn, kiezen uit kostenoverweging overigens nog steeds vaak voor het vervangen van cv-installaties in plaats van het plaatsen van warmtepompen.
Bij zonnepanelen zijn er situaties waarin overtollige stroom niet teruggeleverd wordt aan het stroomnet, omdat het te vol is. Met het wegvallen van de salderingsregeling per 2027 wordt het terugleveren sowieso minder gunstig. Overigens is het volle stroomnet volgens de overheid geen reden voor het afschaffen van de salderingsregeling: met name de misgelopen inkomsten uit belasting spelen daarbij een rol.
5. Wat is er aan het volle stroomnet te doen?
De problemen zijn niet van de ene op de andere dag op te lossen. De aansluitstop in Eindhoven-West blijft bijvoorbeeld naar verwachting nog tot 2036 van kracht. De meest voor de hand liggende oplossing voor netcongestie is uitbreiding van de netcapaciteit. Er moeten meer en betere kabels en transformatoren komen, zodat meer stroom het land door kan. Dat is alleen een enorme klus.
Er ligt in Nederland meer dan 300.000 kilometer stroomkabels in de grond en in de lucht – met zo’n lange kabel kom je vanaf hier bijna tot aan de maan. Maar toch is het bij lange na niet genoeg. De netbeheerders legden afgelopen jaar 4.500 kilometer aan extra stroomkabels aan en bouwden 2.000 transformatorhuisjes bij. Toch groeiden bijna overal de wachtlijsten voor een stroomaansluiting. Hoewel het stroomnet de komende jaren verder wordt uitgebreid, gaat dat niet snel genoeg. De problemen zijn bekend en acuut, maar het duurt naar verwachting nog zo’n tien jaar voordat de capaciteit voldoende is uitgebreid.
Daarom wordt ook naar andere oplossingen gekeken. Omdat de problemen ontstaan bij piekbelasting, kijken overheid en netbeheerders naar mogelijkheden om die hoge pieken op te vangen. Dat kan door batterijen te plaatsen die lokaal opgewekte energie, bijvoorbeeld uit zonnepanelen, opvangen op momenten dat die niet gebruikt wordt. Als de stroom tijdens pieken wel nodig is, hoeft die niet van ver door het stroomnet te komen, maar kan die uit de lokaal opgeslagen batterijen komen, met minder belasting van het stroomnet tot gevolg.
6. Wat kunnen we zelf doen om het net te ontlasten?
De overheid moedigt huishoudens al aan om minder stroom te gebruiken op momenten dat er veel vraag is. Naar verwachting zullen de campagnes die mensen oproepen om vooral niet in de namiddag auto’s op te laden, wasdrogers aan te zetten of anderszins veel stroom te gebruiken, de komende tijd alleen maar toenemen.
Het zal niet bij een vrijblijvende oproep blijven. Vanaf 2028 gaan we meer betalen voor het gebruiken van stroom tijdens piekmomenten. Op de momenten dat er veel stroom gebruikt wordt, waarschijnlijk dus vooral in de namiddag en avond, gaat dan een hoger tarief gelden dan tijdens de rest van de dag. Het is de bedoeling dat het stroomverbruik daardoor gelijkmatiger verspreid wordt over de dag. Hoe deze maatregel er precies uit gaat zien is nog niet duidelijk.
Om beter vooruit te kunnen kijken naar de belasting van het stroomnet gaat bovendien het systeem van wachtlijsten voor stroomaansluitingen op de schop. Vanaf oktober van dit jaar kunnen gemeenten al tien jaar voor de oplevering van nieuwe woningen een plekje op de wachtlijst aanvragen, zodat er (hopelijk) wel ruimte op het net is tegen de tijd dat de woningen daadwerkelijk af zijn. Dat moet voorkomen dat er nieuwe woningen komen die vervolgens niet gebruikt kunnen worden omdat er geen stroomaansluiting mogelijk is.
De meeste van deze maatregelen zijn noodoplossingen. Een definitieve oplossing voor het probleem van netcongestie kan alleen worden bereikt door de elektriciteitsinfrastructuur fors uit te breiden en te verbeteren. De harde realiteit is dat die oplossing vraagt om grote investeringen en veel geduld: het zal naar verwachting nog decennia duren voordat ons stroomnet klaar is voor de toekomst.
Waarom wel datacenters?
De afgelopen jaren zijn er verschillende grote datacenters in Nederland gebouwd, en die gebruiken enorm veel elektriciteit. Eerder dit jaar werd bekend dat één zo’n datacenter van Microsoft in Noord-Holland verantwoordelijk is voor één procent van het totale jaarlijkse stroomverbruik in Nederland. Hoe kan het dat zulke energieslurpers op het net worden toegelaten, terwijl er zo’n schreeuwend tekort aan capaciteit is?
Volgens netbeheerders geldt voor de meeste nieuwe datacenters dat ze gewoon netjes op hun beurt hebben gewacht, en is er daarom niet veel tegen te beginnen. Bovendien zijn er nieuwe regels die bepalen dat de grootste datacenters alleen nog mogen worden gebouwd op plekken waar wel voldoende capaciteit is, zoals in de Groningse Eemshaven.
Dat datacenters veel stroomcapaciteit gebruiken die ook gebruikt zou kunnen worden voor bijvoorbeeld woningbouw, is echter een ongemakkelijke waarheid. Toch zullen ook de komende tijd nieuwe datacenters openen. Dat zijn projecten die al lang lopen en die al stroomaansluitingen toegezegd hebben gekregen. Er was dus te weinig een vooruitziende blik, waardoor nu problemen ontstaan.
Met de nieuwe voorrangsregels die per 1 juli van dit jaar van kracht zijn, proberen de overheid en netbeheerders wat meer grip te krijgen op de verdeling van de schaarse aansluitingen. Volgens die regels krijgen projecten met een maatschappelijk belang, waaronder woningbouw, voorrang op een stroomaansluiting. Datacenters komen voor die voorrang niet in aanmerking.