Er is niks logisch aan de inkomensafhankelijke huurverhoging

‘Gluurverhoging’ noemt de Woonbond de inkomensafhankelijke huurverhoging: een huurverhoging waarvoor de verhuurder bij de Belastingdienst mag gluren in de inkomensklasse van een huurder. De maatregel moet zogenaamde ‘scheefhuurders’ aansporen om te verhuizen uit hun sociale huurwoning, en moet nu ook woningcorporaties meer geld opleveren. Is dat eerlijk? Wie betaalt die extra huurverhoging? En wat als het niet klopt? Negen vragen en antwoorden over de inkomensafhankelijke huurverhoging.
Wanneer krijg je een inkomensafhankelijke huurverhoging?
Huur je een zelfstandige sociale huurwoning en heb je een hoger middeninkomen of hoog inkomen? Dan kan je verhuurder je huur extra verhogen. Bij een hoger middeninkomen is dat maximaal 50 euro per maand, bij een hoog inkomen maximaal 100 euro. Dat betekent 600 of 1.200 euro extra huur per jaar.
De inkomensgrenzen worden jaarlijks vastgesteld en verschillen voor alleenwonenden en meerpersoonshuishoudens. Voor de huurverhoging in 2026 telt het huishoudinkomen uit 2024. Ook inkomsten uit vermogen kunnen meetellen voor het inkomen. Het vermogen zelf wordt bij de huidige inkomensafhankelijke huurverhoging niet apart getoetst.
Huurders die gezien hun inkomen relatief goedkoop wonen, worden in beleid vaak ‘goedkope scheefhuurders’ genoemd.
Inkomensgrenzen
| Inkomen | Maximale huurverhoging per maand |
| Alleenwonend | |
| € 59.504 t/m € 70.149 | € 50 |
| Hoger dan € 70.149 | € 100 |
| Meerpersoons | |
| € 68.858 t/m € 93.531 | € 50 |
| Hoger dan € 93.531 | € 100 |
Mag een verhuurder zomaar je inkomen inzien?
Je verhuurder krijgt niet te zien hoeveel je precies verdient. Als je in een zelfstandige sociale huurwoning woont, mag de verhuurder wel een inkomensindicatie opvragen bij de Belastingdienst. Daaruit blijkt in welke inkomenscategorie je huishouden valt: lager inkomen, middeninkomen of hoog inkomen.
Over het verstrekken van deze gegevens is jarenlang geprocedeerd, onder meer door de Woonbond. In 2016 oordeelde de Raad van State dat daarvoor geen duidelijke wettelijke grondslag bestond. Daarna werd de wet aangepast en mocht de Belastingdienst de inkomensindicatie wel verstrekken.
Krijg je die huurverhoging altijd als je inkomen boven de grens ligt?
Nee. Verhuurders mogen de inkomensafhankelijke huurverhoging toepassen, maar zijn dat nu niet verplicht. In 2023 kregen ongeveer 107.400 huishoudens daadwerkelijk zo’n huurverhoging, minder dan de helft van alle zogenaamde ‘goedkope scheefwoners’. Zeker niet alle verhuurders vragen inkomensindicaties op. Sommige hebben weinig huurders met een hoger inkomen, andere passen de extra huurverhoging bewust niet toe.
Bovendien geldt altijd de maximale huurprijs van de woning. De huur mag door de inkomensafhankelijke huurverhoging niet boven het bedrag komen dat hoort bij het aantal punten van de woning.
Waarom werd de inkomensafhankelijke huurverhoging bedacht?
De maatregel werd in 2013 ingevoerd om huurders met een hoger inkomen te stimuleren te verhuizen naar een koopwoning of een huurwoning in de vrije sector. Hun sociale huurwoning zou dan vrijkomen voor iemand met een lager inkomen, was het idee, met als eindresultaat: een huurmarkt ‘in balans’.
Huurders die niet verhuisden, konden vanaf 2013 die inkomensafhankelijke huurverhoging krijgen. Zo ‘leidt deze maatregel er in elk geval toe dat huurders met een hoger huishoudinkomen een meer marktconforme huur gaan betalen’, staat in de toelichting bij de wet.
Zijn mensen meer gaan verhuizen?
Dat is niet duidelijk. De overheid liet de inkomensafhankelijke huurverhoging in 2024 evalueren. Daaruit bleek dat huurders met een hoog inkomen en een huur die al dicht bij de maximale huurprijs ligt, vaker zeggen binnen twee jaar te willen verhuizen.
Maar verhuisplannen zijn nog geen verhuizingen, relativeert datzelfde onderzoek. Bovendien kan de grotere verhuiswens andere oorzaken hebben. In deze groep zitten bijvoorbeeld relatief veel gezinnen die op zoek kunnen zijn naar een grotere woning.
Wel wonen er steeds minder huishoudens met een midden- of hoog inkomen in de gereguleerde huursector. Maar ook dat hoeft niet door de iah te komen: je mag alleen nog een sociale huurwoning gaan huren als je inkomen onder een grens valt. Mensen die meer verdienen, komen dus veel minder makkelijk een sociale huurwoning binnen.
Of de inkomensafhankelijke huurverhoging daadwerkelijk voor meer verhuizingen zorgt, is dus niet goed vast te stellen.
Was er ook zo’n woningnood toen de maatregel werd bedacht?
Ook in 2013 was er een tekort aan woningen, ongeveer 140.000. Maar sindsdien is de woningnood pittig toegenomen. Tegenwoordig komen we ruim 380.000 woningen tekort. Daardoor concurreren veel meer woningzoekenden en doorstromers met elkaar om beschikbare woningen.
Daarnaast was de vrije sector (waar de zogenaamde scheefhuurders naar zouden moeten doorstromen) in de nadagen van de economische crisis minder duur dan nu. De gemiddelde huurprijs in de vrije sector is nu bijna anderhalf keer zo hoog als dertien jaar geleden. Van de vrijesectorwoningen die in het tweede kwartaal van 2026 te huur werden aangeboden, kostte maar liefst 41 procent meer dan 2.000 euro per maand.Dus als je al een woning vindt, ben je heel veel meer kwijt aan huur.
Dat maakt de gedachte achter de oorspronkelijke maatregel – een hogere huur stimuleert mensen om door te stromen – in de huidige woningmarkt extra ingewikkeld.
Waarom wordt die extra huurverhoging dan niet afgeschaft?
Het kabinet wil de maatregel juist intensiever gaan inzetten. Het werkt aan een wetsvoorstel dat woningcorporaties verplicht de iah toe te passen bij huurders met een hoger inkomen. Nu mogen verhuurders nog zelf kiezen of ze de iah toepassen.
Het doel is opvallend genoeg niet meer alleen de doorstroming. Het kabinet vindt het nu ‘rechtvaardig dat van huishoudens met meer financiële draagkracht een eerlijke bijdrage wordt gevraagd’. De extra huurinkomsten moeten corporaties meer ruimte geven om te investeren in onder meer nieuwbouw, onderhoud en verduurzaming. Daar gaan corporatiehuurders met een inkomen boven een bepaalde grens dus extra aan meebetalen.
Wat kun je doen als je zo’n huurverhoging krijgt?
Er zijn verschillende redenen om bezwaar te maken tegen een inkomensafhankelijke huurverhoging. Bijvoorbeeld als de inkomensindicatie niet klopt, je inkomen is gedaald of de huur door de verhoging boven de maximale huurprijs van je woning uitkomt. De belangrijkste redenen staan in het kader.
Redenen voor bezwaar
- De verhuurder heeft de inkomensindicatie van de Belastingdienst niet meegestuurd.
- Door de huurverhoging komt je huur boven de maximale huurprijs te liggen die hoort bij het puntentotaal van je woning.
- Je huishoudinkomen is gedaald en valt daardoor in een lagere inkomenscategorie.
- Het inkomen van iemand die op de ingangsdatum van de huurverhoging niet (meer) bij je woont, is meegeteld.
- Het inkomen van een inwonend kind dat op 1 januari 2026 nog geen 23 jaar was, is volledig meegeteld. Van dit inkomen telt alleen het deel boven €26.819 mee.
- De inkomensindicatie klopt om een andere reden niet.
- Je huishouden telt op de dag dat de huurverhoging ingaat een of meer chronisch zieken of gehandicapten.
- Je huurt geen zelfstandige sociale huurwoning. De iah geldt niet voor kamers, woonwagens en standplaatsen, en ook niet voor middenhuur- en vrijesectorwoningen.
Bezwaar maken tegen de jaarlijkse huurverhoging moet vóór de datum waarop die ingaat. Voor een huurverhoging per 1 juli 2026 is die termijn dus voorbij. Je kunt vragen of er alsnog coulance mogelijk is, maar de verhuurder hoeft daar niet in mee te gaan.
Is je huishoudinkomen gedaald en val je daardoor in een lagere inkomenscategorie? Dan kun je ook een huurverlaging verzoeken. Je vraagt de verhuurder dan om eerdere inkomensafhankelijke huurverhogingen geheel of gedeeltelijk terug te draaien. Dat kan tot maximaal drie jaar terug.
Wordt de inkomensafhankelijke huurverhoging echt verplicht?
Als het aan het kabinet ligt wel. Woningcorporaties moeten straks verplicht de inkomensafhankelijke huurverhoging toepassen bij huurders met een hoger inkomen. Voor particuliere verhuurders is zo’n verplichting niet aangekondigd. Het kabinet wil het wetsvoorstel begin 2027 in consultatie brengen. Daarna moet het nog door de Tweede en Eerste Kamer.
Het kabinet schat dat zo’n 177.000 huishoudens bij woningcorporaties op basis van hun inkomen voor de extra huurverhoging in aanmerking komen. Dat is ongeveer 8 procent van de sociale huurders bij woningcorporaties.
En daar blijft het mogelijk niet bij. Het kabinet wil bij de toewijzing van sociale huurwoningen ook het vermogen van nieuwe huurders gaan toetsen. Ook onderzoekt het kabinet of zittende huurders met vermogen een extra huurverhoging van 50 of 100 euro per maand kunnen krijgen. Hoe zo’n vermogensafhankelijke huurverhoging eruit zou zien en vanaf welk vermogen die zou gelden, is nog niet bekend.
Het ‘gluren’ in het huishoudboekje van huurders heeft dus nog niet z’n hoogtepunt bereikt. Die trend maakt strijden ertegen lastig, maar natuurlijk niet onmogelijk.
Wat vindt de Woonbond?
‘De Woonbond is principieel tegenstander van de inkomensafhankelijke huurverhoging’, zegt belangenbehartiger Marcel Trip. ‘De maatregel werkt ongelijke behandeling van woningeigenaren en huurders in de hand. Als huurder met een hoger inkomen moet je steeds meer huur gaan betalen, terwijl dat voor een woningeigenaar niet zo is.’
Ook de gedachte dat huurders erdoor doorstromen, werkt volgens Trip niet. ‘Je jaagt mensen op kosten, terwijl ze nergens anders heen kunnen. En principieel vinden wij ook niet dat ze ergens anders naartoe moeten: sociale huur is voor een brede doelgroep.’
Verplichting gaat verder
Het huidige plan om de inkomensafhankelijke huurverhoging te verplichten voor woningcorporaties gaat nog veel verder. Trip: ‘Nu kunnen corporaties samen met huurdersorganisaties besluiten om die niet toe te passen. Straks wordt die lokale afweging onmogelijk gemaakt.’
Ook wil het kabinet de inkomensafhankelijke huurverhoging niet meer meetellen in de maximale huursomstijging. Nu moet een hogere verhoging voor de ene huurder worden gecompenseerd door een lagere voor een andere. Trip: ‘Daardoor kunnen straks niet alleen huurders met een hoger inkomen, maar ook huurders met een laag inkomen een hogere huurverhoging krijgen.’
De Woonbond wil dat de plannen van tafel gaan. Trip: ‘Laat álle hogere inkomens bijdragen via de inkomensbelasting.’ Blijft de maatregel toch bestaan, dan wil de Woonbond dat huurders met een huur boven de sociale huurgrens geen inkomensafhankelijke huurverhoging krijgen. Ook moet de huur bij inkomensdaling weer kunnen dalen, zonder de huidige beperking tot drie jaar.
Huurwijzer
Dit artikel verscheen in Huurwijzer, woonmagazine voor huurders, editie 3, najaar 2026. Lees online ook de uitkomst van de ledenpeiling over de inkomensafhankelijke huurverhoging in het artikel Gluurverhoging slaat de plank volledig mis.